Vraag Fightcard aanMaak hem nu aan →Vraag keurmerk aanNaar de aanvraag →

← Alle governancedocumenten

NVB / GOVERNANCE

Statuten NVB – 2 februari 2024

Lees het document per artikel en gebruik de inhoudsopgave om snel te navigeren.

Download PDF-tekstversie

STATUTEN

Artikel 1. – Naam. zetel, oprichting

1. De vereniging draagt de naam: Nederlandse Vechtsportbond en wordt in de statuten en reglementen nader aangeduid als: de NVB.-

2. De NVB is gevestigd in de gemeente Amsterdam.

3. De NVB is opgericht op twee februari tweeduizend vierentwintig (02-02- 2024).

Artikel 2. – Doel en middelen

1. De NVB stelt zich ten doel de vechtsport in welke verschijningsvorm dan ook, maar op het moment van oprichting beperkt tot kickboksen, thaiboksen en Mixed Martial Arts (hierna: MMA), te bevorderen in Nederland.

2. De NVB streeft dit doel na door het (laten) organiseren, ondersteunen en aanmoedigen van wedstrijden, het ontwikkelen en stimuleren van opleidingen, het ondersteunen van aanbieders, het ondersteunen en bevorderen van maatschappelijke activiteiten, het behartigen van belangen en tot het zoveel mogelijk ontwikkelen van andere initiatieven en activiteiten die de vechtsport kunnen dienen.

3. De NVB streeft haar doel verder na door het onderhouden van contacten met daarvoor in aanmerking komende personen en instellingen.

4. De NVB zal alles doen dat, in de ruimste zin genomen, verband houdt met het in dit artikel genoemde doel of dat wat daarvoor bevorderlijk kan zijn.

Artikel 3. – Organisatie

1. De NVB wordt geleid door het bondsbestuur dat verantwoording verschuldigd is aan de bondsraad.

2. De NVB kent:-

a. de sectie Amateur bestaande uit de organisaties die de verschillende vechtsportdisciplines die vallen binnen het doel, zoals genoemd in artikel 2 lid l, vertegenwoordigen. De tot de sectie Amateur behorende leden kiezen de bondsafgevaardigden die hun discipline in de bondsraad vertegenwoordigen;

b. de sectie Pro. De sectie Pro wordt geleid door een sectiebestuur. Het sectiebestuur wijst de bondsafgevaardigden aan die hun sectie in de bondsraad vertegenwoordigen.-

c. de sectie Persoonlijke leden bestaande uit de actieve sporters die één of meerdere van de onder a. genoemde disciplines beoefenen.-

3. Organen van de NVB zijn:

a. het bondsbestuur;

b. de bondsraad;

c. het sectiebestuur van de sectie Pro;

d. de aanklager(s) van de NVB;

e. de tuchtcommissie van de NVB;

f. de commissie van beroep van de NVB;

g. de Aanklager, de tuchtcommissie en de commissie van beroep van de stichting: Stichting Instituut Sportrechtspraak, welke stichting in deze statuten en in de reglementen van de NVB wordt aangeduid met: ISR, voor zover zij is belast met het berechten van overtredingen van algemene aard (volgens het algemeen tuchtreglement van het ISR, hierna te noemen: Algemeen Tuchtreglement), van het (nationaal) Dopingreglement/Dopingreglement van het ISR alsmede van het Tuchtreglement Seksuele Intimidatie van het ISR en het Tuchtreglement Matchfixing van het ISR, alsmede; 9 5 s ?

h. de Atletenvertegenwoordiging; zelfstandig adviesorgaan van de NVB, waarvan de taken en bevoegdheden nader zijn geregeld in het Topsportstatuut; alle overige personen en commissies die bij of krachtens de statuten zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij beslissingsbevoegdheid is toegekend. De NVB kent in elk gevaleen benoemingscommissie, zoals bedoeld in artikel 15 lid 8, een kascommissie, zoals bedoeld in artikel 15 lid 10 en een continuïteitscommissie, zoals bedoeld in artikel 15 lid 14.

4. De organen van de NVB bezitten geen rechtspersoonlijkheid.

5. De NVB kent als centraal apparaat een (gemeenschappelijk) bondsbureau.-

Artikel 4. – Leden, aangeslotenen en begunstigers

1. De NVB kent als lid:

a. natuurlijke personen die zich rechtstreeks als lid bij de NVB hebben aangemeld en voldoen aan de toelatingseisen zoals nader geregeld in het Algemeen Reglement (persoonlijke leden). De persoonlijke leden vormen tezamen de sectie Persoonlijke leden;

b. verenigingen, andere rechtspersonen of organisaties die één van de disciplines zoals genoemd in artikel 2 lid l vertegenwoordigen en voldoen aan de toelatingseisen zoals nader geregeld in het Algemeen Reglement (lidorganisaties). De lidorganisaties vormen tezamen de sectie Amateur;-

c. aan de vechtsport gerelateerde natuurlijke personen of organisaties, ongeacht hun rechtsvorm en niet zijnde lidorganisaties zoals bedoeld onder b., die (onder andere) één of meer disciplines van de vechtsport (doen) beoefenen of anderszins gerelateerd zijn aan de vechtsport (waaronder scheidsrechters Juryleden, promotors, matchmakers en andere officials) en voldoen aan de toelatingseisen zoals nader geregeld in het Algemeen Reglement (buitengewone leden). De buitengewone leden vormen tezamen de sectie Pro.

2. De NVB kent aangeslotenen. Aangeslotenen zijn privaatrechtelijke rechtspersonen, of andere organisaties die -zulks ter uitsluitende beoordeling van het bondsbestuur- (mede) het in artikel 2 gestelde doel beogen en die voldoen aan nader bij het Algemeen Reglement gestelde eisen (waaronder sportscholen). Aangeslotenen zijn geen leden in de zin der wet. Alle rechten en verplichtingen die voor leden gelden, met uitzondering van de zeggenschapsrechten, en de bepalingen met betrekking tot toetreding en het— einde van het lidmaatschap, zijn ook op de aangeslotenen van toepassing, tenzij anders is bepaald of kennelijk anders is bedoeld.

3. De wijze van aanmelding, de eisen voor toelating en overige voorwaarden zijn nader uitgewerkt in het Algemeen reglement.

4. Het bondsbestuur beslist over de toelating van leden en aangeslotenen. Indien het bondsbestuur besluit tot niet-toelating van een (kandidaat) lid kan de bondsraad op verzoek van de betrokkene alsnog tot toelating besluiten.

5. De NVB kent naast leden ook begunstigers. Begunstigers hebben zich aangemeld als begunstiger en het bondsbestuur heeft deze aanmelding geaccepteerd. Zij steunen de NVB met een financiële bijdrage.

6. De bondsraad is bevoegd leden en begunstigers in categorieën onder te verdelen en voor elke categorie afwijkende rechten en verplichtingen vast te stellen.

7. Het bondsbestuur houdt een ledenregister bij. In dit register worden alleen die gegevens bijgehouden welke voor het realiseren van het doel van de NVB noodzakelijk zijn. Na voorafgaande toestemming van de bondsraad kan het bondsbestuur geregistreerde gegevens aan derden verstrekken, behalve van het lid dat tegen de verstrekking bij het bondsbestuur schriftelijk bezwaar heeft gemaakt. Het recht op bezwaar geldt niet voor de noodzakelijk door de NVB aan derden te verstrekken gegevens, waaronder wordt verstaan de • verstrekking van gegevens die aan overheden of (publiekrechtelijke) instellingen dienen te worden verstrekt in verband met een wettelijke verplichting.

8. Op voorstel van het bondsbestuur kan de bondsraad een persoon die zich voor een discipline van de vechtport in het algemeen en voor de NVB in het bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt het predicaat 'lid van verdienste' verlenen.

9. Op voorstel van het bondsbestuur kan de bondsraad een persoon die zich voor een discipline van de vechtport in het algemeen en voor de NVB in het bijzonder gedurende lange tijd zeer verdienstelijk heeft gemaakt het predicaat 'erelid' verlenen.

10. Op voorstel van het bondsbestuur kan de bondsraad een persoon die zich gedurende lange tijd als voorzitter van de NVB verdienstelijk heeft gemaakt het predicaat 'erevoorzitter' verlenen.

Artikel 5. – Algemene rechten en verplichtingen leden.

1. Leden van de NVB zijn verplicht:

a. de statuten, reglementen en besluiten van de NVB na te leven;

b. de belangen van de NVB in het algemeen niet te schaden;

c. de verplichtingen die volgen uit de overeenkomst tussen de NVB en de Nederlandse Vechtsportautoriteit na te leven;

d. alle financiële verplichtingen tegenover de NVB, vastgelegd in statuten, reglementen, dan wel in besluiten van de NVB, na te komen;

e. alle overige verplichtingen welke de NVB in naam often behoeve van de leden aangaat of welke uit het lidmaatschap van de NVB voortvloeien, te aanvaarden en na te komen; •

f. de statuten, reglementen en besluiten van de internationale federaties met een erkenning van het Internationaal Olympisch Comité (hierna: IOC) na te leven indien aangesloten bij een dergelijke internationale federatie; ? '& s 5 s s ff s ?&'fOE.V9 OÏ

g. de statuten, reglementen en besluiten van het ISR na te leven, indien en voor de duur dat de NVB het uitoefenen van haar tuchtrechtspraak (algemene tuchtrecht, doping, seksuele intimidatie en/of matchfixing) heeft opgedragen aan voornoemde stichting;

h. zich te onthouden van het gebruik van of het doen gebruiken van ongeoorloofde middelen (doping) en zich te houden aan het (nationaal) Dopingreglement/Dopingreglement van het ISR, en hun volledige medewerking te verlenen aan dopingcontroles en op het (nationaal) Dopingreglement/Dopingreglement van het ISR gebaseerde besluiten van de Dopingautoriteit en haar commissies of organen na te leven;

1. zich te onthouden tegenover de leden en andere personen, van elke vorm van ongewenst gedrag. Onder ongewenst gedrag wordt onder meer verstaan: directe of indirecte ongewenste uitlatingen en/of handelingen, die tot uiting komen in verbaal, non-verbaal, fysiek of psychisch gedrag jegens een persoon, dat door deze als ongewenst en ongewild wordt ervaren en een inbreuk vormt op diens integriteit en/of persoonlijke levenssfeer. Onder ongewenste en ongewilde uitlatingen en/ of handelingen vallen in ieder geval seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en discriminatie. Het in strijd handelen met deze bepaling geldt als een overtreding, als geregeld in het Reglement Tuchtrechtspraak of, in het geval van seksuele intimidatie, het Tuchtreglement seksuele intimidatie van het ISR;-

j. zich te onthouden van alle opzettelijke regelingen, handelingen of het nalaten te handelen, gericht op het ongeoorloofd wijzigen van de uitslag(en) of het verloop van de sportwedstrijd(en), teneinde het onvoorspelbare karakter van deze sportwedstrijd(en) geheel of gedeeltelijk teniet te doen met het oog op het verkrijgen van een niet gerechtvaardigd voordeel voor zichzelf of derden. Leden zijn voorts verplicht zich te onthouden van het wedden op het resultaat, de voortgang en/ofhet verloop van enige wedstrijd of competitie waarbij zij betrokken zijn of waarop zij direct dan wel indirect enige mate van invloed (kunnen) hebben of enige andere overtreding die valt onder de term matchfixing. Het in strijd handelen met deze bepaling geldt als een overtreding, als geregeld in het Tuchtreglement matchfixing van het ISR.

2. Lidorganisaties aanvaarden door toetreding als lid tot de NVB:

a. indien de lidorganisatie een vereniging is hun leden op te leggen de statuten, reglementen en besluiten van de NVB en zijn organen na te leven;

b. indien de lidorganisatie een overige rechtspersoon of organisatie is hun eigen deelnemers op te leggen de statuten, reglementen en besluiten van de NVB en zijn organen na te leven.

3. Lidorganisaties zijn gehouden in hun statuten of, in het geval er sprake is van een andere rechtsverhouding dan het lidmaatschap van een vereniging, in hun reglementen, voorwaarden of overeenkomsten, een bepaling op te nemen op grond waarvan hun leden of deelnemers verplicht zijn lid te worden van de N VB en na toelating verplicht zijn te handelen in overeenstemming met de statuten, reglementen en besluiten van de NVB.

4. Indien een persoon als lid of deelnemer tot een lidorganisatie is toegelaten nog voordat de NVB zich over het als lid toelaten tot de NVB heeft uitgelaten, is de desbetreffende lidorganisatie gehouden het lidmaatschap van het lid of de rechtsverhouding met de participant met onmiddellijke ingang door opzegging te beëindigen indien de NVB de betrokkene niet als lid van— de NVB toelaat.

5. De statuten en reglementen van de lidorganisaties en de buitengewone leden mogen niet in strijd zijn met de statuten en geldende reglementen van de NVB.

6. Behalve in deze statuten kunnen aan de leden verplichtingen worden opgelegd bij reglement of bij besluit van het bondsbestuur of van de bondsraad.

7. Het bondsbestuur is bevoegd aan de leden verplichtingen van financiële en andere aard op te leggen en om verbintenissen aan het lidmaatschap te verbinden.-

8. De NVB kan ten behoeve van zijn leden rechten bedingen. Tenzij het betreffende lid zich daartegen verzet, kan de NVB voor het lid nakoming van bedongen rechten en schadevergoeding vorderen. De NVB kan bovendien ten laste van de leden verplichtingen aangaan. Tot deze verplichtingen behoren onder meer het aanvaarden en nakomen van verplichtingen die de NVB is aangegaan met betrekking tot sponsoring en de rechten van televisieregistraties en -uitzendingen en sociale media.- 9, De NVB is bevoegd ten laste van zijn leden in het kader van de bestrijding van doping in de sport verplichtingen aan te gaan met de Dopingautoriteit,- zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, opdat de leden van de NVB rechtstreeks gebonden zijn aan het door de NVB, de Dopingautoriteit en het ISR gehanteerde Dopingreglement, alsmede de daarop gebaseerde besluiten van de Dopingautoriteit en haar commissies of organen.

10. De NVB is bevoegd met het ISR een voor de leden bindende overeenkomst— aan te gaan krachtens welke overeenkomst het uitoefenen van de (tucht-- )rechtspraak in de NVB (gedeeltelijk) wordt opgedragen aan het ISR.-

11. De lidorganisaties en de buitengewone leden (voor zover het een organisatie betreft) zijn verplicht om personen, die een al dan niet betaalde functie binnen de desbetreffende organisatie uitoefenen, te binden aan de tuchtrechtspraak betrekking hebbend op dopingovertredingen, overtredingen seksuele intimidatie en overtredingen matchfixing door de tuchtcommissie en commissie van beroep van het ISR.

12. Een lid is verplicht zijn financiële verplichtingen op de door de NVB aangegeven datum (de vervaldatum) te voldoen. Indien het lid een maand na de vervaldatum niet geheel aan zijn financiële verplichtingen heeft voldaan, is het vanaf die datum zonder recht van beroep uitgesloten van deelname aan de i! s U) % 5 activiteiten van de NVB totdat het lid geheel aan diens financiële verplichtingen heeft voldaan. Gedurende die periode kan het lid in de NVB geen rechten uitoefenen en blijft het verplicht te voldoen aan alle verplichtingen welke uit het lidmaatschap voortvloeien.-

13. Indien een lid niet tijdig voldoet aan zijn financiële verplichtingen tegenover de NVB is het lid vanaf de vervaldatum over het verschuldigde bedrag de wettelijke rente verschuldigd. Blijft het lid geheel of gedeeltelijk in gebreke, nadat het lid een nieuwe termijn voor betaling is gegund, dan is het lid behalve de wettelijke rente ook vijftien procent (15%) aan buitengerechtelijke kosten over het oorspronkelijke bedrag verschuldigd. Volhardt het lid in zijn verzuim, dan is deze naast de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten ook alle redelijkerwijs voor de inning van zijn schuld aan de NVB door een— advocaat of deurwaarder gemaakte kosten verschuldigd, tenzij de rechter anders beslist.

Artikel 6. – Mediation en Arbitrage.'

1. Geschillen welke samenhangen met of voortvloeien uit de doelstelling van de NVB worden naar keuze van partijen beslecht door:-

a. mediation volgens het Mediationreglement van het ISR, of;

b. arbitrage volgens het Arbitragereglement van het ISR, of;

c. de burgerlijke rechter.

2. Geschillen tussen leden of tussen een lid en een sponsor worden, voor zover deze betrekking hebben op sponsoring, naar keuze van partijen beslecht door:

a. mediation volgens het Mediationreglement van het ISR, of anders door;

b. arbitrage door de arbitragecommissie (kamer sportsponsoring) van het ISR.-

3. Een geschil tussen een lid en een derde (niet-lid) kan alleen door mediation of arbitrage worden beslecht indien die derde zich daartoe vooraf schriftelijk bereid heeft verklaard.

4. Indien een beslissing als bedoeld in dit artikel tot gevolg heeft dat een besluit geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, kan hieraan door het betrokken lid noch door derden enig recht op schadeloosstelling worden ontleend, terwijl evenmin aanspraak kan worden gemaakt op het opnieuw houden van een wedstrijd en op een gewijzigde uitslag

Artikel 7. – Tuchtrechtspraak.- Artikel 7A. Algemene Tuchtrechtspraak.

1. Alle leden van de NVB zijn onderworpen aan de onafhankelijke • tuchtrechtspraak van de NVB, welke tuchtrechtspraak krachtens een overeenkomst gedeeltelijk is opgedragen aan het ISR.

2. De aanklager van de NVB bepaalt welke zaken op het gebied van het algemeen tuchtrecht (niet zijnde de tuchtrechtspraak met betrekking tot doping, seksuele intimidatie en matchfixing) worden afgedaan door:-

a. de tuchtcommissie ISR en de commissie van beroep ISR op basis van het Algemeen Tuchtreglement; of door

b. de NVB, zoals bepaald in het tuchtreglement van de NVB.

3. De uitvoering van de tuchtrechtspraak door de NVB kan nader worden geregeld in een tuchtreglement van de NVB. Het tuchtreglement regelt de bevoegdheden en werkwijze, alsmede de overtreding, de op te leggen straffen, de procesgang en de rechten en verplichtingen van het in overtreding zijnde lid.

4. Voor het uitvoeren van de tuchtrechtspraak door de NVB kunnen commissies warden ingesteld. Een uitspraak van een tuchtcommissie en een commissie van beroep is bindend, zowel voor het betrokken lid, de andere leden van de NVB als voor de NVB zelf.

5. Alle leden, organen en commissies van de NVB zijn gehouden mede te werken aan het tot stand komen van een uitspraak van de tuchtcommissie en/ofvan de commissie van beroep en zijn tevens gehouden mee te werken aan het ten uitvoerleggen van de door deze commissies opgelegde straffen.

6. Op de tuchtrechtspraak van het ISR zijn de desbetreffende reglementen van— het ISR van toepassing. Voor de duur van de in lid 7 bedoelde overeenkomst zijn de Aanklager, de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR een orgaan van de NVB. De tuchtcommissie en de commissie van beroep spreken recht in naam van NVB en hun uitspraken gelden als uitspraken van de NVB. De Aanklager van het ISR kan maatregelen nemen overeenkomstig het van toepassing verklaarde reglement. De maatregel geldt als een maatregel van de NVB.

7. De NVB sluit daartoe met het ISR een overeenkomst in de zin van artikel 46 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, krachtens welke de tuchtrechtspraak in NVB aan het ISR wordt opgedragen, zulks met toepassing van het Algemeen Tuchtreglement en met het verlenen van de bevoegdheid aan de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR om als orgaan van de NVB de tuchtrechtspraak in de NVB uit te oefenen.

8. Het Algemeen Tuchtreglement geldt als een tuchtreglement van de NVB en— wordt door het bestuur van het ISR vastgesteld en gewijzigd. Het Algemeen Tuchtreglement zal op de leden van toepassing zijn volgens de laatste, door het bestuur van het ISR vastgestelde versie. De NVB is niet bevoegd zelf een wijziging in het Algemeen Tuchtreglement aan te brengen. De NVB en zijn leden aanvaarden niettemin te allen tijde en zonder enig voorbehoud de volledige toepasselijkheid van het Algemeen Tuchtreglement op de tuchtrechtspraak van de NVB. De verplichting om het Algemeen Tuchtreglement te aanvaarden en na te komen geldt tevens als een verplichting in de zin van artikel 27 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die de NVB de leden oplegt respectievelijk als een verbintenis in de zin van— artikel 34a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

9. De leden aanvaarden voor de duur van hun lidmaatschap van de NVB de in— 5- s s in 5 5 dit artikel te hunnen laste door de NVB in de overeenkomst met het ISR aangegane verplichtingen, waaronder maar niet uitsluitend die welke zijn vermeld in lid 6, 7 en 8 van dit artikel, alsmede voor de duur na beëindiging van het lidmaatschap van de NVB indien zij alsdan betrokken zijn bij een door de tuchtcommissie en/of commissie van beroep behandelde zaak, zulks totdat in die zaak onherroepelijk is beslist.

10. Het Algemeen Tuchtreglement treedt in werking op de door het bondsbestuur met het ISR overeengekomen datum, van welke datum het bondsbestuur aan de leden via publicatie mededeling doet. Wijzigingen in het Algemeen' Tuchtreglement treden in werking op de door het bestuur van het ISR bepaalde datum. Het bondsbestuur doet van deze datum via een publicatie mededeling aan de leden.

11. Het Algemeen Tuchtreglement regelt de procesgang van de tuchtrechtspraak, de taken en bevoegdheden van hen die bij de tuchtrechtspraak zijn betrokken, alsmede de overtredingen en hun aangifte, de op te leggen straffen, de mogelijkheid van beroep en voorts de rechten en verplichtingen van het in overtreding zijnde lid.

12. De tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR bestaan uit kamers. Met inachtneming van het daaromtrent in de reglementen van het ISR bepaalde kan de bondsraad aan het bestuur van het ISR leden van die kamers voor benoeming aanbevelen. De totstandkoming van die aanbeveling geschiedt op dezelfde wijze waarop in de statuten of reglementen de benoeming van commissieleden door de bondsraad is geregeld. Indien de NVB niet het benodigde aantal leden aanbeveelt, geschiedt de benoeming van de niet door de bondsraad aanbevolen leden voor bedoelde periode door het— bestuur van het ISR.

13. Op grond van het Algemeen Tuchtreglement geldt als overtreding - en is derhalve strafbaar - elk handelen of nalaten:

a. waardoor een bepaling in de statuten of reglementen niet wordt nagekomen, dit reglement, spelregels en wedstrijdbepalingen hieronder begrepen; b,. dat in strijd is met een besluit van een orgaan of van een commissie van de NVB;-

c. waardoor de belangen van de NVB worden geschaad;

d. waardoor een lid zich jegens een ander lid, een orgaan, of een commissie van de NVB niet gedraagt naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt verlangd.

14. Overtredingen van het wedstrijdreglement van de NVB worden bestraft conform het wedstrijdreglement van de NVB. Overtredingen die worden bestraft met uitsluiting en/of verwijdering van de wedstrijd worden ter kennisname aan de aanklager van de NVB gebracht. Deze kan besluiten op basis van de rapportage van de omstandigheden, de overtreding aanhangig te maken bij de tuchtcommissie van het ISR. De maatregelen die op grond van het wedstrijdreglement zijn genomen worden door dit besluit niet beïnvloed.

15. De tuchtcommissie en commissie van beroep van het ISR zijn tevens met uitsluiting van andere organen van de NVB bevoegd een lid uit het lidmaatschap te ontzetten (royement), na een daartoe door het bondsbestuur— en/of door de Aanklager van het ISR bij de tuchtcommissie gedane aangifte met het verzoek het desbetreffende lid uit het lidmaatschap te ontzetten.

16. De Aanklager van het ISR of de aanklager van de NVB, indien op grond van lid 2 de aanklager van NVB heeft bepaald dat de zaak wordt afgedaan door de NVB, kan via een aanvaard schikkingsaanbod tot een beëindiging van het lidmaatschap komen. Ontzetting is alleen mogelijk wanneer een lid in ernstige mate in strijd handelt met de statuten, reglementen of besluiten van— de NVB dan wel de NVB op onredelijke wijze benadeelt. Een door de tuchtcommissie uit het lidmaatschap van de NVB ontzet lid kan daarvan op de in het Algemeen Tuchtreglement aangegeven wijze in beroep gaan bij de commissie van beroep van het ISR. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. Tijdens zijn schorsing is het lid gehouden diens verplichtingen na te komen en worden diens rechten opgeschort, met uitzondering van de rechten die het lid in het Tuchtreglement zijn toegekend.

17. De uitspraken van de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR gelden als uitspraken van de NVB, welke uitspraken het desbetreffende lid, de overige leden van de NVB en de NVB zelf binden. Alle leden, organen en commissies van de NVB zijn gehouden mede te werken aan de ten uitvoerlegging van de door de tuchtcommissie en de commissie van beroep opgelegde straffen.

18. Indien een beslissing van de tuchtcommissie, de commissie van beroep of van het bestuur van het ISR tot gevolg heeft dat een besluit geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, kan hieraan door het betrokken lid noch door derden enig recht op schadeloosstelling worden ontleend, noch tegenover de NVB noch— tegenover het ISR.

19. Alle leden, organen en commissies van de NVB zijn gehouden mee te werken aan het ten uitvoerleggen van de door de Aanklager opgelegde sanctie(s). Artikel 7 B.- Tuchtrechtspraak met betrekking tot doping, seksuele intimidatie en matchfixing— ISR.

1. De in dit artikel bedoelde tuchtrechtspraak heeft uitsluitend betrekking op doping en/of seksuele intimidatie en/of matchfixing en is op de leden van toepassing, indien en voor zover de NVB met het ISR een overeenkomst heeft gesloten waarin de NVB de tuchtrechtspraak voor deze onderwerpen aan het ISR heeft opgedragen.

2. Het (nationaal) Dopingreglement / Dopingreglement van het ISR, het Tuchtreglement Seksuele Intimidatie alsmede het Tuchtreglement Matchfixing regelen de wijze van het benoemen van de aanklagers, de kwaliteitseisen waar een aanklager aan moet voldoen, bevoegdheden en werkwijze, alsmede de mogelijke maatregelen, besluiten die de aanklager kan f 5 5 e nemen en voorstellen die de aanklager aan betrokkene kan doen, de procesgang en de rechten en verplichtingen van het in overtreding zijnde lid.

3. Overtredingen seksuele intimidatie betreffende worden berecht door de tuchtcommissie en door de commissie van beroep van het ISR met inachtneming van het bepaalde in het Tuchtreglement Seksuele Intimidatie van het ISR.

4. Overtredingen matchfixing betreffende worden berecht door de tuchtcommissie en door de commissie van beroep van het ISR met inachtneming van het bepaalde in het Tuchtreglement Matchfixing van het ISR.

5. Overtredingen van dopingbepalingen warden berecht door de tuchtcommissie en door de commissie van beroep van het ISR met inachtneming van het bepaalde in het (nationaal) Dopingreglement/Dopingreglement van het ISR met inbegrip van de daarvan deel uitmakende Bijlagen, waaronder - maar niet uitsluitend - de Bijlage Dispensaties en de Bijlage Whereabouts, alsmede de eventueel door de internationale (sport)federatie(s), waarvan de NVB lid is of waarbij de NVB is aangesloten, op de NVB van toepassing verklaarde sport-- specifieke dopingbepalingen.-

6. Wanneer in het (nationaal) Dopingreglement/ Dopingreglement van het ISR,- of een tuchtreglement van het ISR in bepaalde gevallen wordt verwezen naar de toepasselijkheid van het Algemeen Tuchtreglement is in die gevallen het— Algemeen Tuchtreglement van toepassing.

7. De in lid 3, 4 en 5 bedoelde tuchtrechtspraak van het ISR is op alle leden van toepassing wanneer de NVB met het ISR een overeenkomst in de zin van artikel 2:46 van het Burgerlijk Wetboek heeft gesloten waarin de NVB deze tuchtrechtspraak aan het ISR heeft opgedragen. Het bondsbestuur doet van de overeenkomst die het met het ISR heeft gesloten schriftelijk of langs elektronische weg mededeling aan alle leden door middel van plaatsing van— een officiële mededeling.

8. In gevallen van seksuele intimidatie, doping en matchfixing gelden de in lid 3, 4 en 5 genoemde reglementen als de van toepassing zijnde reglementen van de NVB, welke reglementen door het bestuur van het ISR worden vastgesteld en gewijzigd.

9. De van toepassing verklaarde reglementen van het ISR regelen de wijze van het benoemen van de leden van de tuchtcommissie en van de commissie van beroep van het ISR, hun samenstelling, bevoegdheden en werkwijze, alsmede de overtreding, de op de leggen straffen, de procesgang en de rechten en verplichtingen van de in overtreding zijnde leden.

10. De van toepassing verklaarde reglementen van het ISR regelen de wijze van het benoemen van de Aanklagers, de kwaliteitseisen waar een Aanklager aan moet voldoen, de bevoegdheden en werkwijze, alsmede de mogelijke maatregelen en besluiten die de aanklager kan nemen en voorstellen die de aanklager aan betrokkene kan doen, de procesgang en de rechten en verplichtingen van de in overtreding zijnde leden.

11. De van toepassing zijnde reglementen van het ISR treden in de NVB in werking op de door het bondsbestuur met het ISR overeengekomen datum, van welke datum het bondsbestuur aan de leden via een publicatie mededeling doet. Wijzigingen in de desbetreffende reglementen treden in werking op de door het bestuur van het ISR vastgestelde datum. Het bondsbestuur doet van deze datum alsmede van de wijzigingen in een van toepassing zijnde reglement via een publicatie mededeling aan de leden. De— NVB is niet bevoegd zelf een wijziging in een van toepassing zijnde reglement van het ISR aan te brengen.-

12. Tenzij in een reglement van het ISR anders is bepaald, zijn de in lid 3, 4 en 5- genoemde reglementen op de leden van toepassing volgens de laatste, door het bestuur van het ISR vastgestelde versie, zoals gepubliceerd op de website van het ISR.

13. M.et inachtneming van het bepaalde in het (nationaal) Dopingreglement/ Dopingreglement van het ISR is het bondsbestuur bevoegd naar aanleiding van een overtreding van het (nationaal) Dopingreglement/Dopingreglement— van het ISR een ordemaatregel te nemen. Het bondsbestuur is op grond van— het Tuchtreglement Seksuele Intimidatie van het ISR en het Tuchtreglement Matchfixing van het ISR eveneens bevoegd een ordemaatregel te nemen. Deze ordemaatregelen zijn een beleidsmaatregel en geen tuchtrechtelijke straf.

14. De NVB en zijn leden aanvaarden te allen tijde en zonder enig voorbehoud volledig de toepasselijkheid van de overeengekomen reglementen van het ISR op de in dit en het volgende artikel bedoelde tuchtrechtspraak van het ISR. De verplichting om bedoelde reglementen te aanvaarden en na te komen geldt voor de leden tevens als een verplichting in de zin van artikel 2:27 van het Burgerlijk Wetboek respectievelijk als een verbintenis van de leden in de zin van artikel 2:34a van het Burgerlijk Wetboek.

15. De leden aanvaarden voor de duur van hun lidmaatschap van de NVB de in— dit artikel te hunnen laste door de NVB in de overeenkomst met het ISR aangegane verplichtingen, alsmede voor de duur na de beëindiging van hun— lidmaatschap van de NVB respectievelijk hun lidmaatschap van of andere rechtsverhouding ten aanzien van de afdelingsorganisatie wanneer zij alsdan betrokken zijn bij een bij het ISR in behandeling zijnde zaak, zulks totdat in die zaak onherroepelijk is beslist. Artikel 7C. Tuchtcommissie en Commissie van Beroep van het ISR.

1. Voor de duur van de in artikel 7 B lid l bedoelde overeenkomst zijn de Aanklager, de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR een— orgaan van de NVB. De tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR spreken recht in naam van de NVB en hun uitspraken gelden als uitspraken van de NVB.

2. De Aanklager van het ISR kan maatregelen nemen overeenkomstig de van toepassing verklaarde reglementen van het ISR. Een dergelijke maatregel s ï s s ff s geldt als maatregel van de NVB.

3. De Aanklager(s), de leden van de tuchtcommissie en van de commissie van— beroep van het ISR worden benoemd door het bestuur van het ISR. Deze aanklager(s) en commissies worden bijgestaan door het secretariaat van het— ISR. Wanneer gesproken wordt over de Aanklager, de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR worden hieronder tevens begrepen hun algemeen voorzitters, kamers, kamervoorzitters alsmede het secretariaat van het ISR.-

4. De tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR kennen elk een kamer die is belast met het behandelen van overtredingen seksuele intimidatie betreffende.-

5. De tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR kennen elk een kamer die is belast met het behandelen van overtredingen matchfixing betreffende.-

6. De tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR kennen elk een dopingkamer die met het behandelen van een overtreding van het (nationaal) Dopingreglement/Dopingreglement van het ISR is belast.

7. Wanneer in een door de NVB aanhangig te maken zaak sportspecifieke regelgeving, niet zijnde tucht-procedureregels, van toepassing is van een internationale federatie, waarvan de NVB lid is of waarbij (een lid van) de NVB is aangesloten, doet de NVB hiervan uitdrukkelijk mededeling bij het aanhangig maken van een zaak en legt de NVB de juiste versie van de desbetreffende regelgeving van de internationale federatie over en geeft het— bondsbestuur tevens aan welke bepaling(en) naar zijn oordeel van toepassing is/zijn.

8. Een uitspraak van de tuchtcommissie en van de commissie van beroep van het ISR is bindend, zowel voor het betrokken lid, de leden van de NVB als voor de NVB zelf. De in artikel 7 B lid 13 genoemde ordemaatregel van het bondsbestuur is bindend voor de duur van die maatregel.

9. Een door de betrokkene geaccepteerd schikkingsvoorstel van de Aanklager van het ISR is bindend, zowel voor het betrokken lid, de andere leden van de NVB als voor de NVB zelf.

10. Wanneer de reglementering van de internationale federatie, waarvan de NVB lid is of waarbij NVB is aangesloten, daarin voorziet, kunnen leden van d< NVB die door de commissie van beroep van het ISR tuchtrechtelijk zijn bestraft hiervan in beroep gaan bij het Court of Arbitration for Sports (CAS) te Lausanne, Zwitserland. Op deze laatste beroepsprocedure zijn van toepassing de reglementen en besluiten van het CAS. De reglementen van het ISR zijn op de procedure bij het CAS niet van toepassing.

11. Wanneer een beslissing van de Aanklager, de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR tot gevolg heeft dat een besluit nietig is of wordt vernietigd, kan hieraan door het betrokken lid noch door derden enig recht op schadeloosstelling worden ontleend, terwijl evenmin aanspraak kan worden gemaakt op een gewijzigde uitslag of op het opnieuw houden van een wedstrijd en/of evenement.

12. De door het ISR in de NVB krachtens een overeenkomst uit te oefenen tuchtrechtspraak geschiedt in naam, ten behoeve, alsmede voor rekening en— risico van de NVB. De NVB vrijwaart het ISR, zijn aanklagers, zijn bestuursleden, zijn tuchtrechters, zijn bindende adviseurs, zijn secretariaat, zijn deskundigen en zijn juridisch adviseur voor elke aansprakelijkheid ten aanzien van zowel de door of namens het ISR verzorgde rechtspleging als met betrekking tot de bij de oprichting van het ISR en nadien gekozen en toegepaste constructie van rechtspleging door het ISR in de NVB.

Artikel 8. – Einde lidmaatschap.

1. Het lidmaatschap van de NVB eindigt:

a. van lidorganisaties en buitengewone leden (zijnde organisaties): door opzegging of ontzetting (royement);

b. van persoonlijke leden en buitengewone leden (natuurlijke personen): door hun dood, opzegging of ontzetting (royement).

2. Indien de NVB het lidmaatschap van een lid van een lidorganisatie beëindigt, is de lidorganisatie gehouden het lidmaatschap van het desbetreffende lid door opzegging met onmiddellijke ingang te beëindigen. Worden in de lidorganisatie nog andere takken van sport beoefend, dan is de lidorganisatie gehouden slechts de activiteiten van het lid van de discipline die valt binnen de doelstelling van de NVB te beëindigen.

3. Indien de lidorganisatie of een buitengewoon lid (zijnde organisatie) het lidmaatschap of de rechtsverhouding met een deelnemer of een beoefenaar beëindigt, eindigt daardoor ook het lidmaatschap van de NVB behalve wanneer het lid, de deelnemer of de beoefenaar uit anderen hoofde lid van de NVB blijft dan wel kiest voor het persoonlijk lidmaatschap en als zodanig aansluitend is of wordt toegelaten.-

4. Het lid kan zijn lidmaatschap opzeggen tegen het einde van het kalender] aar. Een lid kan voorts het lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat:

a. hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de NVB in een andere rechtsvorm, dan wel tot fusie of splitsing van de NVB;-

b. hem een besluit is bekend geworden of meegedeeld waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, in welk geval het besluit door de opzegging niet op hem van toepassing is. Het lidmaatschap kan niet met onmiddellijke ingang worden opgezegd wanneer het een wijziging van rechten en verplichtingen betreft die nauwkeurig zijn omschreven of wanneer een verplichting van geldelijke aard wordt gewijzigd.'

5. In andere gevallen kan een lid het lidmaatschap voorts met onmiddellijke ingang door opzegging beëindigen, indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

6. Opzegging door de NVB geschiedt door het bondsbestuur. De NVB kan het ? '& ss s ? %fOEP9OF lidmaatschap opzeggen tegen het einde van het kalenderjaar. Opzegging door de NVB kan geschieden wanneer het lid:

a. zijn verplichtingen tegenover de NVB niet of niet tijdig nakomt, waaronder - doch niet uitsluitend - die van artikel 5;-

b. de belangen van de NVB of van de vechtsport of van een discipline daarvan schaadt;

c. het lid niet voldoet aan de vereisten die de statuten of reglementen van de NVB voor het lidmaatschap stellen.

7. Voorts kan de NVB het lidmaatschap met onmiddellijke ingang door opzegging doen beëindigen indien redelijkenvijs van de NVB niet kan worden verlangd het lidmaatschap te laten voortduren.-

8. Een opzegging tegen het einde van het kalenderjaar geschiedt met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Is niet tijdig opgezegd, dan geldt de opzegging tegen het einde van het daaropvolgende kalenderjaar. Is ten onrechte met onmiddellijke ingang opgezegd, dan eindigt het lidmaatschap op het vroegst toegelaten tijdstip volgend op de datum waartegen was opgezegd. Zolang het lidmaatschap niet is beëindigd, behoudt het lid zijn rechten en moet hij zijn verplichtingen nakomen.

9. Ontzetting (royement) kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de NVB handelt, of de NVB op onredelijke wijze benadeelt. De ontzetting in verband met een overtreding waarvoor het ISR is aangewezen als tuchtrechtelijk bevoegde instantie geschiedt door de tuchtcommissie van het Instituut Sportrechtspraak dan wel de commissie van beroep van het Instituut Sportrechtspraak. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

10. Behalve in geval van overlijden en royement, blijft een lid dat heeft opgezegd nog lid tot ten hoogste het einde van het jaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen tegenover de NVB of zolang een aangelegenheid waarbij het lid is betrokken niet is afgewikkeld, de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf hieronder begrepen. Het bondsbestuur stelt alsdan de datum vast waarop het lidmaatschap eindigt.

Artikel 9. – Het bondsbestuur.-

1. Het bondsbestuur bestaat uit ten minste drie meerderjarige natuurlijke personen die door de bondsraad uit de leden worden benoemd.

2. Het bondsbestuur bestaat verder in elk geval uit:

a. de voorzitter van de sectie Pro;

b. een afgevaardigde van iedere lidorganisatie die is aangesloten bij een internationale federatie met een IOC erkenning.

3. De bondsraad benoemt de voorzitter in functie. Naast de door de bondsraad— benoemde voorzitter verdeelt het bondsbestuur in zijn eerste bestuursvergadering na een bestuursverkiezing in onderling overleg de overige functies en stelt het voor elk bestuurslid diens taak vast. Het bondsbestuur kent in elk geval een penningmeester en een algemeen bestuurslid.

4. Het lidmaatschap van het bondsbestuur is niet verenigbaar met het zijn van begunstiger, bondsafgevaardigde in de bondsraad, lid van de kascommissie, lid van de continuïteitscommissie, lid van de tuchtcommissie of de commissie van beroep van de NVB, de functie van aanklager van de NVB, lid van de tuchtcommissie of de commissie van beroep van het ISR of de functie van— Aanklager van het ISR. In het bondsbestuur kunnen evenmin zitting hebben personen die beroepsof bedrijfsmatig betrokken zijn bij het organiseren van vechtsportwedstrijden of bij het leveren van vechtsport toebehoren, dan wel— werkzaam zijn als eigenaar of exploitant van een sportaccommodatie of een— daarmee gelijk te stellen accommodatie op het gebied van de vechtsport.

5. Het bondsbestuur en drie bondsafgevaardigden kunnen schriftelijk kandidaten voor het bondsbestuur stellen tot uiterlijk de datum waarop de definitieve agenda voor de betreffende vergadering van de bondsraad wordt verzonden.

6. Indien de benoeming in functie geschiedt, geschiedt ook de kandidaatstelling in functie.

7. De leden van het bondsbestuur worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftredende leden van het bondsbestuur zijn herbenoembaar tot een maximum van drie aaneengesloten perioden. Nadat een lid van het bondsbestuur aansluitend tweemaal tot lid van het bondsbestuur is herbenoemd, kan het desbetreffende lid nadien niet eerder tot lid van het bondsbestuur worden benoemd dan nadat een daaropvolgende periode van— vier jaar is verstreken. Alsdan is in het eerste en tweede zin bepaalde wederom van toepassing. Onder een 'jaar' wordt in dit verband verstaan de periode tussen twee opvolgende jaarlijks te houden vergaderingen van die bondsraad, waarin het jaarverslag en de jaarrekening door het bondsbestuur— zijn aangeboden.-

8. Bondsbestuursleden treden in functie de dag na hun benoeming en treden af aan het eind van de dag van de vergadering van de bondsraad, waarin de duur van hun benoeming eindigt of waarin zij aftreden.

9. Het bondsbestuur stelt een rooster van aftreden op. In een tussentijdse vacature wordt zo mogelijk op de eerstvolgende bondsraad voorzien. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster van aftreden een zodanige plaats in dat de continuïteit van het bondsbestuur zo optimaal mogelijk wordt gewaarborgd. Het bondsbestuur kan in geval van een vacature een lid onder zijn verantwoordelijkheid tijdelijk met bepaalde extra taken belasten.

10. Een lid van het bondsbestuur kan, ook al is hij voor bepaalde tijd benoemd en ook de leden van het bondsbestuur zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, te allen tijde door de bondsraad, met ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen worden ontslagen of geschorst. Een schorsing kan worden opgelegd voor ten hoogste drie maanden. Behalve wanneer de schorsing eindigt door een besluit tot ontslag of bedanken, eindigt de schorsing door tijdsverloop of «. f 's s ? eerder door een besluit tot opheffing van de schorsing. De bondsraad neemt haar besluit niet eerder dan nadat het desbetreffende bondsbestuurslid door de bondsraad is gehoord, althans daartoe in de gelegenheid is gesteld.

11. Indien de belangen van de NVB of het functioneren van het bondsbestuur ernstig wordt geschaad door toedoen van een lid van het bondsbestuur, kan het bondsbestuur met een met ten minste twee derden genomen meerderheidsbesluit (de stem van het desbetreffende bondsbestuurslid niet— meegeteld) het betrokken bondsbestuurslid voor de duur van ten hoogste drie maanden op non-actief stellen, tijdens welke periode het desbetreffende' bondsbestuurslid niet aan bondsbestuursvergaderingen mag deelnemen en geen werkzaamheden als bondsbestuurslid mag verrichten. Het bondsbestuur doet van het op non-actief stellen van het bondsbestuurslid terstond mededeling aan de bondsraad.

12. Het lidmaatschap van het bondsbestuur eindigt door overlijden, ontslag,- bedanken, door het verstrijken van de duur van de (her)benoeming en wanneer het lidmaatschap van de NVB eindigt. Voorts eindigt het lidmaatschap van het bondsbestuur indien het bondsbestuurslid wordt benoemd in een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van het bondsbestuur.

13. Indien het aantal bondsbestuursleden beneden het in lid l genoemde aantal is gedaald, blijft het bondsbestuur bevoegd. Wanneer het aantal in functie zijnde bondsbestuursleden beneden drie is gedaald, is het bondsbestuur verplicht zo spoedig mogelijk een bondsraad bijeen te roepen om in de vacatures te voorzien.-

14. Bij ontstentenis of belet van alle bestuursleden berust het bestuur tijdelijk bij de continuïteitscommissie of de door deze commissie aangewezen personen. Voor de gedurende deze periode verrichte bestuursdaden worden de leden van de continuïteitscommissie of de door de continuïteitscommissie aangewezen personen met een bondsbestuurder gelijkgesteld. Onder belet wordt in elk geval de situatie verstaan dat een bondsbestuurslid zijn functie (tijdelijk) niet kan uitoefenen wegens schorsing, vermissing of (langdurige)— ziekte als gevolg waarvan het bondsbestuurslid redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht zijn functie te vervullen.

Artikel 10. – Taken en bevoegdheden van het bondsbestuur.-

1. Het bondsbestuur is belast met het besturen van de NVB.

2. Bij de vervulling van hun taak richten de bondsbestuurders zich naar het belang van de NVB en de daarmee verbonden organisatie.-

3. Het bondsbestuur stelt een adequaat risicobeheersingen controlesysteem op en herziet dit plan zo nodig. Hierin wordt in elk geval opgenomen dat met betrekking tot betalingen het "vier ogen principe" wordt toegepast.

4. Het bondsbestuur draagt zorg voor de handhaving van de integriteitsen ethische normen zoals vastgelegd in het integriteitsbeleid en stelt een procedure vast voor handhaving van de integriteitsen ethische normen en hoe wordt omgegaan met schending van deze normen.-

5. Het bondsbestuur verschaft de bondsraad tijdig de voor de uitoefening van— zijn taak noodzakelijke gegevens.

6. Het bondsbestuur stelt ten minste een keer per jaar de bondsraad schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico's en van de gebruikte beheersen controlesystemen.

7. Elk bondsbestuurslid is tegenover de NVB gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Tot de taak van een bondsbestuurslid behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een ofmeei andere bondsbestuursleden zijn toebedeeld.

8. Elk bondsbestuurslid draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk ter zake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.

9. Het bondsbestuur kan met behoud van zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak door commissies of personen doen uitvoeren. Bovendien is het bondsbestuur bevoegd - al dan niet tegen betaling werkzaamheden aan derden op te dragen.

10. In de bondsbestuursvergaderingen hebben alle bondsbestuursleden één stem. Een bondsbestuurslid neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming van het bondsbestuur omtrent een onderwerp waarbij hij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de NVB en de met haar verbonden organisatie. Wanneer het bondsbestuur hierdoor geen besluit mocht kunnen nemen, wordt het besluit genomen door de bondsraad.

11. Het bondsbestuyr ziet toe op het naleven van de statuten, reglementen en van door organen van de NVB genomen besluiten.

12. Het bondsbestuur is na voorafgaande goedkeuring van de bondsraad bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het verkrijgen, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de NVB zich als borg of hoofdelijk' medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

13. Het bondsbestuur is bevoegd beslissingen te nemen waarvan de financiële verplichtingen de voor dat boekjaar vastgestelde begroting in totaal met niet meer dan vijf procent (5%) overschrijden. Bedraagt de overschrijding meer— dan vijf procent (5%), dan is het bondsbestuur bevoegd de voorgenomen beslissingen te nemen, na voorafgaande toestemming van de bondsraad.-

14. Het bondsbestuur is bevoegd met het ISR een de leden bindende overeenkomst aan te gaan krachtens welke overeenkomst het uitoefenen van rechtspraak in de NVB en het beslechten van geschillen door mediation en arbitrage wordt opgedragen aan het ISR.'

15. Het bondsbestuur is bevoegd ten laste van zijn leden in het kader van de bestrijding van doping in de sport verplichtingen aan te gaan met de ? '& s s ff 5 Dopingautoriteit, zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, opdat de leden gebonden zijn aan het door de NVB en Dopingautoriteit gehanteerde (nationaal) Dopingreglement/Dopingreglement van het ISR, alsmede aan de daarop gebaseerde beslissingen van de Dopingautoriteit en haar commissies of organen.

Artikel 11. – Vergaderingen van het bondsbestuur en besluitvorming.

1. Het bondsbestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of twee andere betrokken bondsbestuursleden dit gewenst achten.

2. De voorzitter bepaalt de wijze van vergaderen. Het bondsbestuur kan ook anders dan in een bijeenkomst vergaderingen houden, mits alle betrokken bondsbestuursleden daaraan deelnemen of in geval van afwezigheid verklaard hebben met die wijze van vergaderen in te stemmen.

3. Alle besluiten, daaronder begrepen de besluiten als bedoeld in lid 2, worden genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, mits voor wat de in vergadering genomen besluiten betreft de meerderheid— van de in functie zijnde bondsbestuursleden aanwezig is. Blanco stemmen zijn ongeldig.

4. Indien de stemmen in een bondsbestuursvergadering staken, wordt het voorstel in een volgende bondsbestuursvergadering opnieuw in stemming gebracht. Staken de stemmen dan wederom, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.-

5. Over elk voorstel wordt afzonderlijk en mondeling of digitaal gestemd, tenzij de voorzitter of een ander bondsbestuurslid anders wenst.

6. a. Het door de voorzitter uitgesproken oordeel dat het bondsbestuur een besluit heeft genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het onder a bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt zo nodig het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien een bondsbestuurslid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

7. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door het bondsbestuur bij bondsbestuursbesluit worden vastgesteld.

Artikel 12. – Bondsbestuur, vertegenwoordiging.

1. Het bondsbestuur vertegenwoordigt de NVB.

2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende leden van het bondsbestuur.

3. De vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bondsbestuur en van de gezamenlijk handelende bondsbestuursleden kan niet worden beperkt of aan voorwaarden worden gebonden. De vertegenwoordigingsbevoegdheid van personen aan wie een volmacht is verleend, kan in die volmacht naar aard en omvang worden beperkt en/ofaan voorwaarden worden gebonden.-

4. Het bondsbestuur is bevoegd om, met behoud van zijn verantwoordelijkheid,- zijn taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk door een directeur te laten uitvoeren.

5. Het bondsbestuur kan een volmacht verstrekken aan derden om de NVB binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

6. Personen aan wie hetzij op grond van deze statuten, hetzij op grond van een— volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid is verleend, oefenen die bevoegdheid niet uit dan nadat hiertoe een bondsbestuursbesluit is genomen waarbij tot het aangaan van de desbetreffende rechtshandeling is besloten.

Artikel 13. – Secties.

1. De NVB kent in ieder geval de volgende secties:

a. de sectie Amateur;

b. de sectie Pro;

c. de sectie Persoonlijke leden. De bondsraad kan nog andere secties instellen.'

2. De secties regelen de zaken die uitsluitend de eigen sectie betreffen. Het werkterrein van de sectie Amateur betreft in elk geval het wedstrijdwezen/de sporttakspecifieke zaken van de desbetreffende discipline van de vechtsport. Het werkterrein van de sectie Pro betreft in elk geval het ondersteunen van promotors die zich met name bezighouden met de inzet van officials op evenementen.

3. De lidorganisaties vertegenwoordigen hun discipline van de vechtsport bij de desbetreffende internationale organisatie.

4. De sectie Pro wordt geleid door een sectiebestuur. Het benoemen van de leden van het sectiebestuur alsmede de taken en bevoegdheden van de secties worden in een Sectiereglement vastgelegd. Het Sectiereglement wordt vastgesteld en gewijzigd door de bondsraad.

5. Het sectiebestuur heeft tot taak in de sectie het beleid van het bondsbestuur en van de bondsraad uit te voeren en is hiervoor aan het bondsbestuur verantwoording verschuldigd.

6. Een sectiebestuur is bevoegd eigen activiteiten binnen zijn sectie te verrichten.- De eigen activiteiten mogen niet in strijd zijn met het beleid van de NVB. Leden van het sectiebestuur handelen krachtens een door het bondsbestuur verleende volmacht.

7. Elke discipline binnen de sectie Amateur is bevoegd voor zijn discipline van de vechtsport regels en/of reglementen op het gebied van het wedstrijdwezen alsmede de sporttakspecifieke rechten en verplichtingen vast te stellen en/of de regels van koepelorganisaties van de desbetreffende discipline te volgen.— Het bondsbestuur is niet bevoegd te treden in de hiervoor bedoelde sporttakspecifieke regels en reglementen. s 's s 2

8. Indien het bondsbestuur en het sectiebestuur over hun bevoegdheden van mening verschillen, beslist de bondsraad met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.

Artikel 14. – Afdelingen.-

1. De bondsraad kan afdelingen instellen.

2. De afdelingen regelen de zaken die uitsluitend de eigen afdeling betreffen.- Een afdeling organiseert de activiteiten in de desbetreffende afdeling.-

3. De taken en bevoegdheden van de afdelingen worden in een Afdelingsreglement vastgelegd. Het Afdelingsreglement wordt vastgesteld en gewijzigd door de bondsraad.

Artikel 15. – Commissies.

1. Het bondsbestuur en een sectiebestuur, alsmede de bondsraad zijn bevoegd permanente en tijdelijke commissies in te stellen en de leden van die commissies te benoemen, te schorsen en te ontslaan.

2. Tenzij de samenstelling, taken en bevoegdheden van een commissie in de statuten of in een reglement is geregeld, worden deze bij besluit vastgesteld— door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld.-

3. Een commissie is verantwoording verschuldigd aan het orgaan dat haar heeft ingesteld.

4. Een commissie bestaat uit ten minste drie leden.-

5. Tenzij anders is bepaald of besloten, bestaat elke commissie uit een voorzitter, een secretaris en uit één of meer leden en wordt de voorzitter in— functie benoemd. De leden van een commissie verdelen in onderling overleg de overige functies.

6. De leden van een permanente commissie worden benoemd voor de duur van driejaren en kunnen aansluitend driemaal voor eenzelfde periode als lid van die commissie worden herbenoemd. Na afloop van de vierde periode van de desbetreffende commissie kan een commissielid niet eerder weer tot commissielid van die commissie worden benoemd dan nadat een periode van driejaren is verstreken.

7. De leden van een tijdelijke commissie worden benoemd voor de duur van de aan de commissie verstrekte opdracht.-

8. Het bondsbestuur stelt in ieder geval een benoemingscommissie in. De benoemingscommissie bestaat uit een door het bondsbestuur te bepalen aantal natuurlijke personen, die voor maximaal eenjaar worden benoemd.

9. Het bondsbestuur stelt voor de benoemingscommissie een reglement vast. Het reglement regelt de samenstelling, benoeming van leden, taak, bevoegdheden, werkwijze en besluitvorming van de benoemingscommissie.

10. De bondsraad benoemt jaarlijks de kascommissie van ten minste drie personen. In de kascommissie wordt jaarlijks ten minste één nieuw lid benoemd, dat in de plaats treedt van het langst zittende lid. Leden van de kascommissie worden jaarlijks voor een periode van driejaar benoemd en— kunnen ten hoogste zes jaar achtereen in die commissie zitting hebben.

11. De kascommissie, onder andere belast met toezicht op het beheer van de financiën van NVB door het bondsbestuur, dient het bondsbestuur tevens van advies over het geldelijke beheer.

12. Het lidmaatschap van de kascommissie is in elk geval onverenigbaar met de functie van:-

a. lid van het bondsbestuur;

b. lid van een sectiebestuur of bestuur van een lidorganisatie;

c. aanklager van de NVB;

d. lid van de tuchtcommissie van de NVB;

e. lid van de commissie van beroep van de NVB;

f. Aanklager van het ISR;

g. lid van de tuchtcommissie van het ISR;

h. lid van de commissie van beroep van het ISR.-

13. De wijze van besluitvon-ning, de taken en bevoegdheden van de kascommissie worden nader in het Algemeen reglement geregeld.

14. De bondsraad benoemt de leden van de continuïteitscommissie. De continuïteitscommissie bestaat uit ten minste drie leden.

15. De continuïteitscommissie treedt in de bevoegdheden van het bondsbestuur in geval van belet en/of ontstentenis van alle bondsbestuursleden.

16. De continuïteitscommissie is in de in het vorige lid bedoelde situatie gehouden alle lopende zaken en belangen van de NVB te behartigen en hiervan verslag te doen aan de bondsraad en dat te doen wat van een bestuur mag worden verwacht.

17. Is het aantal leden van de continuïteitscommissie minder dan drie, dan blij ft de continuïteitscommissie bevoegd.-

18. Een lid van de continuïteitscommissie treedt af volgens een door het continuïteitscommissie vast te stellen rooster van aftreden. Een wijziging in— het rooster kan niet meebrengen dat een lid van de continuïteitscommissie tegen zijn wil moet aftreden voordat de termijn waarvoor hij is benoemd,- verstreken is. Een lid van de continuïteitscommissie treedt evenwel uiterlijk— af op de dag van de eerstvolgende vergadering van de bondsraad na afloop van driejaren na zijn laatste benoeming. Een aftredend lid van de continuïteitscommissie kan tweemaal worden herbenoemd.

19. Een lid van de continuïteitscommissie defungeert voorts door schriftelijk bedanken met inachtneming van een opzeggingstennijn van drie maanden.

20. Een lid van de continuïteitscommissie defungeert voorts doordat hij niet langer aan de in lid 22 gestelde vereisten voldoet.-

21. Leden van de continuïteitscommissie kunnen te allen tijde door de bondsraad worden ontslagen.

22. Het lidmaatschap van de continuïteitscommissie is niet verenigbaar met het— lidmaatschap van het bondsbestuur alsmede de functies zoals genoemd in artikel 9 lid 4.-

Artikel 16. – s 5 U) 5 ? Bondsbureau. samenstelling, taken en bevoegdheden.

1. Voor de administratieve werkzaamheden van de NVB kan het bondsbestuur een bondsbureau instellen, dan wel die werkzaamheden bij het bondsbureau van een andere organisatie onderbrengen. Indien de NVB een eigen bondsbureau kent, zijn de navolgende leden van dit artikel van toepassing.-

2. Het bondsbureau is belast met de administratieve en beleidsmatige ondersteuning van het bondsbestuur en van de bondsvergadering. Het bondsbureau functioneert als centraal werkapparaat van de NVB.

3. Het bondsbureau wordt geleid door de directeur, die belast is met de dagelijkse gang van zaken, de functie van ambtelijk secretaris van het bondsbestuur, met het uitvoeren van besluiten van het bondsbestuur en van de bondsvergadering, alsmede met het verrichten van werkzaamheden die op grond van de met de directeur gesloten overeenkomst aan hem zij n opgedragen of welke anderszins door het bondsbestuur worden opgedragen.

4. De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het bondsbestuur dat tevens de voorwaarden van zijn dienstbetrekking schriftelijk vaststelt. Een besluit tot benoeming, schorsing of ontslag wordt genomen met ten minste twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. De directeur wordt aangesteld door en is verantwoording verschuldigd aan het bondsbestuur.

5. Het bondsbestuur benoemt, schorst en ontslaat op voordracht van de directeur de overige werknemers, waaronder de plaatsvervangend directeur.

6. De werknemers zijn verantwoording verschuldigd aan de directeur.

7. Het bondsbestuur stelt voor de werknemers het arbeidsvoorwaardenbeleid vast.

8. De directeur woont alle vergaderingen van het bondsbestuur en van de' bondsvergadering bij, tenzij het bondsbestuur of de bondsvergadering -al dan niet per agendapuntanders beslist.

Artikel 17. – Boekhouding en financiën.

1. Het boekjaar van de NVB is gelijk aan het kalenderjaar.

2. De geldmiddelen van de NVB bestaan uit: contributies, bijdragen, entreeen inschrijfgelden, boetes, uitkeringen, donaties, subsidies, legaten en andere inkomsten. Erfenissen en legaten kunnen slechts worden aanvaard onder voorbehoud van boedelbeschrijving.

3. De leden zijn gehouden tot het betalen van de bondscontributie en andere bijdragen die de bondsraad vaststelt. De leden kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld.

Artikel 18. – Rekening en verantwoording.

1. Het bondsbestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de NVB en van alles betreffende de werkzaamheden van de NVB, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze administratie te voeren en daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de N VB kunnen worden gekend.

2. Het bondsbestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de NVB op te maken— en op papier te stellen.

3. Het bondsbestuur brengt op een binnen zes maanden na het einde van het boekjaar te houden bondsraad een jaarverslag uit over de gang van zaken in— de NVB en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de bondsraad over. Deze stukken worden ondertekend door de leden van het bondsbestuur. Heeft een lid van het bondsbestuur de stukken niet ondertekend dan wordt daarvan onder opgave van de redenen melding gemaakt.

4. De bondsraad kan de in lid 3 genoemde termijn verlengen met ten hoogste vier maanden. Na afloop van de oorspronkelijke of de verlengde termijn kan ieder lid van de gezamenlijke leden van het bondsbestuur in rechte vorderen dat zij hun verplichtingen nakomen.

5. De op voorstel van het bondsbestuur door de bondsraad benoemde accountant onderzoekt jaarlijks de jaarrekening en brengt daarvan verslag uit aan het bondsbestuur en aan de bondsraad. Het bondsbestuur is verplicht de accountant ten behoeve van zijn onderzoek alle door deze gevraagde inlichtingen te verschaffen, deze desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de NVB voor raadpleging beschikbaar te stellen.

6. Goedkeuring door de bondsraad van de balans en de staat van lasten met toelichting gebeurt nadat is kennisgenomen van de bevindingen van de kascommissie en van de verklaring van de accountant. Goedkeuring strekt het bondsbestuur niet tot décharge voor alle handelingen die uit die stukken blijken. Hierover zal separaat worden besloten.

7. De balans en de staat van baten en lasten met toelichting moeten op papier worden gesteld en bewaard. Indien de boekhouding computermatig wordt gevoerd, kunnen - met uitzondering van de op papier gestelde balans en de staat van baten en lasten - de op een gegevensdrager aangebrachte gegevens op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard. Het overbrengen van de gegevens moet alsdan met juiste en volledige weergave— van de gegevens geschieden, terwijl deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar moeten zijn en binnen redelijke tijd leesbaar moeten kunnen worden gemaakt.

8. Het bondsbestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende de wettelijke bewaartermijnen te bewaren.

Artikel 19. – De bondsraad.

1. Aan de bondsraad komen in de NVB alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn toegekend.

2. De bondsraad vertegenwoordigt alle leden van de NVB en bestaat uit vijftien ? * f s U) 5 z stemgerechtigde afgevaardigden: de bondsafgevaardigden. Een bondsafgevaardigde dient lid te zijn van de NVB.-

3. De bondsraad bestaat uit de hierna vermelde bondsafgevaardigden: Sectie Amateur, discipline kickboksen: twee bondsafge vaardigden; Sectie Amateur, discipline thaiboksen: twee bondsafgevaardigden; Sectie Amateur, discipline MMA: twee bondsafgevaardigden;- Sectie Pro: zes bondsafgevaardigden; Sectie persoonlijke leden: drie bondsafgevaardigden.

4. De regeling omtrent kandidaatstellingen voor de bondsafgevaardigden en de wijze van verkiezing wordt nader geregeld in het Algemeen Reglement, met dien verstande dat in elk geval geldt dat alle leden van een sectie aan de verkiezing van hun bondsafgevaardigde(n) kunnen deelnemen.

5. Vanuit elke sectie (en voor de sectie Amateur vanuit elke discipline) wordt voor iedere bondsafgevaardigde één plaatsvervangend bondsafgevaardigde benoemd. Een plaatsvervangend bondsafgevaardigde vervangt tijdens de vergadering van de bondsraad bij afwezigheid een door zijn sectie benoemde bondsafgevaardigde.-

6. De in het vorige lid bepaalde afvaardiging kan voor een bondsraad bij volmacht worden gedelegeerd aan andere personen. De schriftelijke volmacht moet voorafgaande aan de bondsraad worden getoond aan de hiervoor door— het bondsbestuur aangewezen persoon.

7. De bondsraad benoemt uit zijn midden een uit maximaal vier leden bestaande benoemingscommissie.

8. Een benoeming als bondsafgevaardigde kan alleen plaatsvinden nadat de benoemingsadviescommissie advies heeft uitgebracht aan de betreffende sectie (en voor de sectie Amateur aan de lidorganisaties van elke discipline).

9. Bondsafgevaardigden en plaatsvervangend bondsafgevaardigden worden benoemd voor de duur van driejaar en kunnen aansluitend tweemaal voor— dezelfde periode worden herbenoemd. Na afloop van de derde periode van driejaar kan een bondsafgevaardigde niet aansluitend wederom als bondsafgevaardigde worden benoemd dan na het verstrijken van de periode— van drie j aar.-

10. Bondsafgevaardigden treden nadat zij hun benoeming hebben aanvaard in functie op de dag nadat zij zijn benoemd. Degene die zij vervangen treden tegelijkertijd af.

11. ledere bondsafgevaardigde heeft vrij mandaat (zonder last) en brengt één stem uit. Een geschorste bondsafgevaardigde heeft geen stemrecht en kan evenmin het recht van initiatief, amendement en interpellatie uitoefenen.

12. Een bondsafgevaardigde en een plaatsvervangend bondsafgevaardigde treden af op de dag dat zijn lidmaatschap van de NVB eindigt en voorts op de dag waarop hij tot lid van het bondsbestuur, een sectiebestuur, een bestuur van een lidorganisatie, de continuïteitscommissie, de tuchtcommissie van de NVB, de commissie van beroep van de NVB, de tuchtcommissie van het Instituut Sportrechtspraak of de commissie van beroep van het Instituut Sportrechtspraak wordt benoemd, de functie van werknemer binnen de NVB vervult, dan wel niet meer onder zijn sectie ressorteert.

13. Plaatsvervangend bondsafgevaardigden wonen de vergaderingen bij, maar kunnen in die hoedanigheid niet aan de stemming deelnemen.

14. Adviserend lid van de bondsraad zijn de erevoorzitter, leden van het bondsbestuur en zij die als zodanig door het bondsbestuur of door de bondsraad zijn aangewezen. Adviserende leden hebben het recht de vergaderingen van de bondsraad bij te wonen en daarin het woord te voeren, maar hebben geen stemrecht.

15. Stemming over zaken kan mondeling geschieden; stemming over personen geschiedt altijd schriftelijk.

15. Hoofdelijke stemming gebeurt als één/tiende deel van de aanwezige stemgerechtigde bondsafgevaardigden hierom vraagt.

16. Aan de bondsraad komen alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of deze statuten aan andere organen zijn opgedragen. Als alle leden schriftelijk akkoord gaan met een voorstel van het bondsbestuur telt dit als een besluit van de bondsraad.-

17. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

18. Bondsafgevaardigden kunnen niet meer als vertegenwoordiger in de bondsraad functioneren vanaf de dag dat hun lidmaatschap van de NVB eindigt en voorts vanaf de dag waarop zij tot lid van het bondsbestuur, aanklager van de NVB, de tuchtcommissie of de commissie van beroep van— de NVB, de aanklager, tuchtcommissie of commissie van beroep van het ISR, de raad van toezicht of de kascommissie wordt benoemd, of als werknemer in dienst treedt bij de NVB.

19. De functie van bondsafgevaardigde is onverenigbaar met de in lid 12 genoemde functies.-

Artikel 20. – Het bijeenroepen van de bondsraad.

1. Het bondsbestuur is bevoegd tot het bijeenroepen van de bondsraad. De bondsraad wordt zo vaak bijeengeroepen als nodig gevonden wordt, in ieder geval minimaal tweemaal per kalenderjaar, of als het volgens de wet of de statuten verlicht is om dit te doen.

2. De bijeenroeping gebeurt door een kennisgeving in de officiële mededelingen of door een schriftelijke oproep aan de vergadergerechtigde leden. Bij de bijeenroeping wordt tevens vermeld of toepassing wordt gegeven aan de mogelijkheid om door middel van een elektronisch communicatiemiddel deel s 's § " te nemen aan de bondsraad en eventuele aanvullende voorwaarden die daarbij gelden.

3. In afwijking van lid 2 kan de oproep tot het bijwonen van de bondsraad eveneens geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat het lid voor dit doel aan de NVB bekend heeft gemaakt, mits het lid met deze wijze van oproepen heeft ingestemd.

4. De termijn van bijeenroeping bedraagt ten minste vier weken. Het bondsbestuur kan in bijzondere gevallen de termijn van bijeenroeping bekorten.-

5. Een buitengewone vergadering van de bondsraad wordt gehouden indien ten minste zoveel bondsafgevaardigden als bevoegd zijn tot het uitbrengen van een tiende gedeelte van de stemmen in de bondsraad, het bondsbestuur daarom verzoekt. Het verzoek bevat een opgave van het te behandelen onderwerp, voorzien van een toelichting. Indien het bondsbestuur niet binnen veertien dagen aan het verzoek gevolg heeft gegeven door binnen vier weken een bondsraad te doen houden, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het bondsbestuur de bondsraad bijeenroept of door het plaatsen van een advertentie in een veelgelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten— met de leiding van de bondsraad en het opstellen van de notulen.

6. Behalve in het in het vorige lid bedoelde geval, bepaalt het bondsbestuur hoe en waar binnen het grondgebied van Nederland en wanneer een vergadering van de bondsraad wordt gehouden. Bij de oproeping wordt vermeld of toepassing wordt gegeven aan de mogelijkheid om door middel van een elektronisch communicatiemiddel deel te nemen aan de vergadering en eventuele aanvullende voorwaarden die daarbij gelden.

Artikel 21. – Toegang en elektronische besluitvorming bondsraad.

1. Toegang tot de bondsraad hebben de bondsafgevaardigden, de leden van het bondsbestuur, de leden van het sectiebestuur, de leden van de continuïteitscommissie en de leden van de kascommissie.

2. Voorts hebben toegang degenen die door het bondsbestuur of door de bondsraad zijn toegelaten.

3. Geen toegang hebben bestuursleden die als zodanig zijn geschorst. Met uitzondering van de leden van het bondsbestuur en de bondsafgevaardigden— mogen leden niet aan de beraadslaging deelnemen.

4. Het stemrecht in de bondsraad wordt uitgeoefend door de bondsafgevaardigden. ledere bondsafgevaardigde heeft één stem.

5. Adviserende leden van de bondsraad zijn:-

a. de leden van het bondsbestuur;

b. de leden van tuchtcommissie en commissie van beroep;

c. de leden van de kascommissie;

d. de leden van de continuïteitscommissie;

e. zij, die als zodanig door het bondsbestuur of door de bondsraad zijn aangewezen.

6. Adviserende leden van de bondsraad hebben het recht daarin het woord te voeren, doch hebben geen stemrecht.

7. Vergaderingen van de bondsraad zijn openbaar. De bondsraad gaat in een besloten vergadering over indien de voorzitter, het bondsbestuur often minste drie leden hierom verzoeken. Tot een besloten vergadering hebben toegang alle niet-geschorste leden, de leden van het bondsbestuur en degenen die door de bondsraad worden toegelaten.

8. De bondsraad beslist in een besloten vergadering of de redenen die tot het aanvragen van een besloten vergadering zijn aangevoerd, een besloten vergadering rechtvaardigen. Is dit niet het geval, dan wordt de vergadering in het openbaar voortgezet.

9. Over wat in een besloten vergadering is behandeld, kan geheimhouding worden opgelegd aan hen die daarbij aanwezig of vertegenwoordigd waren.—

10. De bondsafgevaardigden kunnen in de bondsraad hun stemrecht uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Het bondsbestuur kan hieraan nadere voorwaarden verbinden of besluiten dat deze mogelijkheid voor een bepaalde bondsraad niet wordt geboden.

11. Voor de toepassing van het stemmen door middel van een elektronisch communicatiemiddel draagt het bondsbestuur ervoor zorg dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan uitoefenen.

12. Het bondsbestuur draagt er in de in lid 10 bedoelde vergaderingen voor zorg dat de stemgerechtigde via het elektronisch communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.

13. Stemmen die voorafgaand aan de bondsraad via een elektronisch communicatiemiddel worden uitgebracht, maar niet eerder dan op de dertigste dag voor die van de vergadering, worden gelijkgesteld met stemmen die ten— tijde van de vergadering worden uitgebracht.

14. Indien bij wet toegestaan en onder de voorwaarde dat de bondsraad voorafgaand goedkeuring heeft gegeven kan een bondsraad volledig elektronisch worden gehouden. Het bepaalde in lid 10 tot en met 13 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22. – Agenda.

1. Tegelijk met de oproep van de bondsraad wordt de voorlopige agenda door publicatie in de officiële mededelingen en door toezending ter kennis aan de bondsafgevaardigden, de sectiebesturen, de besturen van de lidorganisaties en de adviserende leden gebracht. Publicatie of toezending van de definitieve agenda geschiedt uiterlijk twee weken voor de dag waarop de vergadering van de bondsraad wordt gehouden. De agenda met bijbehorende stukken kunnen ook langs elektronische weg worden toegezonden aan de leden die f s % 5 hiermee hebben ingestemd.

2. De agenda van de bondsraad bevat onder meer:

a. het vaststellen van de notulen van de vorige bondsraad;

b. het jaarverslag van het bondsbestuur;

c. het financieel verslag van het bondsbestuur;

d. het verslag van de kascommissie;

e. het goedkeuren van de balans en van de staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar;

f. het verlenen van decharge aan de leden van het bondsbestuur;

g. het vaststellen van de bondscontributie en eventuele andere' bijdragen;

h. het goedkeuren van de begroting voor het volgende boekjaar;

i. het voorzien in vacatures;- J. de behandeling van wijzigingen in de statuten of in een reglement;

k. de rondvraag.

3. Uiterlijk drie weken voor de dag van de bondsraad kunnen ten minste vijf bondsafgevaardigden een voorstel of amendement schriftelijk bij het bondsbestuur indienen, dat voorzien is van een toelichting. Indien de bondsraad meent dat een voorstel of amendement te ingrijpend is om dit in de bondsraad te behandelen, kan hij besluiten het voorstel of het amendement op de eerstvolgende bondsraad te behandelen.

4. Het bondsbestuur is bevoegd later ingekomen voorstellen, moties, vragen en/of eigen voorstellen, voorzien van een toelichting, op de agenda te plaatsen.

5. De bondsraad kan geen besluiten nemen over voorstellen die niet in de agenda zijn vermeld, tenzij de bondsraad anders beslist.-

Artikel 23. – Besluiten.

1. Het in dit artikel bepaalde is van toepassing op alle besluiten die in de NVB— worden genomen. Lid 8 is alleen van toepassing op de besluitvorming in de— bondsraad.

2. De voorzitter van een orgaan of van een commissie leidt de vergadering. De bondsraad wordt geleid door de voorzitter van het bondsbestuur. De voorzitter stelt daarin de orde van de vergadering vast, behoudens het recht van de vergadering daarin wijziging te brengen.

3. Tenzij in de statuten of in een reglement anders is bepaald, worden besluiten in vergaderingen genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Onder gewone meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van— de door stemgerechtigden uitgebrachte stemmen, zo nodig door afronding naar boven. Indien stemmen staken is geen meerderheid behaald.

4. Ongeldige stemmen zijn stemmen uitgebracht door een geschorste stemgerechtigde en wanneer schriftelijk is gestemd voorts blanco stemmen en stemmen die een andere aanduiding bevatten dan voor de desbetreffende stemming noodzakelijk is.

5. Tenzij in de statuten of in een reglement anders is bepaald, brengt iedere stemgerechtigde in de desbetreffende vergadering één stem uit. Een lid kan één ander lid schriftelijk een volmacht verlenen om namens hem in een vergadering zijn stem uit te brengen. Een lid kan slechts door één ander lid worden gemachtigd.

6. De stemming over personen gebeurt schriftelijk met gesloten stembriefjes. De stemming over zaken gebeurt hoofdelijk door handopsteken of bij acclamatie. In beide gevallen kan het bestuur besluiten om gebruik te maken van een digitale stemming. In elk geval wordt schriftelijk of digitaal gestemd indien— een stemgerechtigde een anonieme stemming verlangt.

7. Indien bij een stemming over personen geen van de kandidaten bij de eerste— stemming een gewone meerderheid behaalt, wordt een tweede stemming gehouden tussen de kandidaten die het hoogste respectievelijk het hoogste en het op één na hoogste aantal stemmen hebben behaald. Staken bij de tweede stemming de stemmen, dan wordt een derde stemming gehouden. Benoemd is die kandidaat die bij een stemming de gewone meerderheid haalt, of na een derde stemming door loting is aangewezen.

8. Bij een schriftelijke stemming in de bondsraad benoemt de voorzitter een stembureau van drie leden, die geen lid van het bondsbestuur mogen zijn. Het stembureau onderzoekt de geldigheid van de uitgebrachte stemmen, berekent de uitslag en doet daarvan mededeling.

9. Het door de voorzitter uitgesproken oordeel over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan wordt het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering dit verlangt ofwanneer de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk gebeurdeeen stemgerechtigde dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.-

10. Over alle voorstellen en voorstellen tot wijziging wordt in volgorde van indienen gestemd, tenzij naar het oordeel van de voorzitter een later • ingediend voorstel een verder reikende strekking heeft dan een eerder ingediend voorstel en daardoor eerder dient te worden behandeld.

11. Wanneer een voorstel tot wijziging is ingediend, komt dit eerst in stemming. Een voorstel tot wijziging van een geagendeerd onderwerp mag niet de strekking hebben het doel van het voorstel te wijzigen of aan te tasten, zulks uitsluitend ter beoordeling van de voorzitter.-

12. Indien voor het aannemen van een voorstel een gekwalificeerde meerderheid is vereist, geldt dezelfde meerderheid voor het aannemen van een voorstel tot wijziging op het voorstel.-

13. In urgente gevallen kunnen besluiten buiten vergadering worden genomen— mits de leden van de betreffende vergadering, het bestuur of de commissie het besluit unaniem hebben genomen en het genomen besluit tijdens de eerst 5- '& f 's in 5 5 daaropvolgende vergadering wordt bekrachtigd en genotuleerd.

Artikel 24. – Reglementen, uitvoeringsbesluiten.

1. De organisatie van de NVB alsmede de taken en bevoegdheden van zijn organen en commissies kunnen nader worden uitgewerkt in reglementen.

2. De NVB kent in elk geval een Algemeen Reglement en een Sectiereglement.-

3. Reglementen worden met een gewone meerderheid vastgesteld en gewijzigd door de bondsraad.

4. Nieuwe reglementen en wijzigingen in reglementen treden in werking op de veertiende dag na de dag waarop de bondsraad tot vaststelling of wijziging van het reglement heeft besloten. In de statuten, in een reglement of bij besluit van de bondsraad kan een andere datum van inwerkingtreden worden bepaald. Van een nieuw reglement, van een wijziging van een reglement en— van een uitvoeringsbesluit wordt in de Officiële Mededelingen of op andere— wijze mededeling aan de leden gedaan met vermelding van de datum van inwerkingtreding.

5. Het bondsbestuur is bevoegd om in spoedeisende gevallen met een algemeen karakter, die een nadere regeling vereisen een uitvoeringsbesluit vast te stellen. Het uitvoeringsbesluit heeft de kracht van een reglement, is voor alle leden bindend vanaf de datum van bekendmaking en dient door de eerstvolgende bondsraad te worden bekrachtigd, dan wel alsdan als bepaling in de statuten of in een reglement te worden opgenomen. Een uitvoeringsbesluit mag niet in strijd zijn met de statuten en reglementen. In spoedeisende gevallen en/of in gevallen waar de orde in de NVB is verstoord of ernstig verstoord kan raken, is het bondsbestuur bevoegd een ordemaatregel te nemen om de goede gang van zaken in de NVB of om een juist of ordelijk verloop van een wedstrijd of evenement te waarborgen.

6. Tevens kan het bondsbestuur in de vorm van een uitvoeringsbesluit voor een bepaalde tijdsduur extra heffingen vaststellen.

7. In spoedeisende gevallen en, of in gevallen waar de orde in de NVB is • verstoord, of ernstig verstoord kan raken, is het bondsbestuur bevoegd een ordemaatregel te nemen om de goede gang van zaken in de NVB of om een juist of ordelijk verloop van een wedstrijd of evenement te waarborgen.

8. Ieder lid wordt geacht de statuten, reglementen en uitvoeringsbesluiten te kennen, waaronder begrepen de wedstrijdbepalingen en de op grond van het Dopingreglement gepubliceerde dopinglijsten, alsmede alle mededelingen die als Officiële Mededelingen zijn gepubliceerd.-

Artikel 25. – Wijziging van statuten.

1. In de statuten van de NVB kan geen wijziging worden gebracht dan door een besluit van de bondsraad, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering bedraagt ten minste vier weken.

2. Zij die de oproeping tot de bondsraad ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste twee weken vóór de bondsraad een voorstel tot statutenwijziging, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen en welke is voorzien van een toelichting,- op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de bondsraad wordt gehouden.

3. Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts door de bondsraad met ten minste twee derden van de geldig uitgebrachte stemmen worden genomen.

4. Het bepaalde in lid 2 en 3 is niet van toepassing indien in de bondsraad alle leden aanwezig zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt genomen.

5. Een statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder lid van het bondsbestuur bevoegd, dat bevoegd is de NVB te vertegenwoordigen.

6. De leden van het bondsbestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het Handelsregister waarin NVB is ingeschreven.-

Artikel 26. – Ontbinding en vereffening.

1. Een besluit tot ontbinding van de NVB kan alleen worden genomen in een— daartoe speciaal bijeengeroepen bondsraad. Het bepaalde in het vorige artikel is van overeenkomstige toepassing.

2. Indien de bondsraad tot ontbinding van de NVB heeft besloten, treden de leden van het bondsbestuur als vereffenaar op, tenzij de bondsraad de vereffening aan een derde opdraagt.

3. Na de ontbinding blijft de NVB voortbestaan voor zover dit voor de vereffening van het vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de NVB uitgaan, wordt aan de naam toegevoegd "in liquidatie".

4. De bondsraad benoemt een bewaarder die de boeken en bescheiden van de NVB zal bewaren gedurende zeven jaar na afloop der vereffening. De bondsraad kan de bewaarder een bewaarloon toekennen. Is geen bewaarder aangewezen en is de laatste vereffenaar niet bereid te bewaren, dan kan de— bevoegde kantonrechter op verzoek van een belanghebbende uit de leden een bewaarder aanwijzen.

5. Bij besluit tot ontbinding beslist de bondsraad welke bestemming aan het batig saldo wordt gegeven, nadat alle verplichtingen zijn vereffend en rekening is gehouden met de sociale belangen van de werknemers van de NVB. Deze bestemming dient zoveel mogelijk aan te sluiten bij de doelstellingen van de NVB.

Artikel 27. – Slotbepalingen,

1. In gevallen waarin deze statuten en reglementen niet voorzien, beslist het s 's ü? s ? bondsbestuur.

2. Alle officiële mededelingen van de NVB worden bekend gemaakt op de website van de NVB of op een andere door het bondsbestuur bepaalde wijze.-

3. Onder oproep, bijeenroepen, (schriftelijke) uitlating of mededeling of kennisgeving wordt tevens verstaan: een bericht per e-mail aan het e-- mailadres dat door het lid voor dit doel is opgegeven, waarbij geldt dat het lid uitdrukkelijk heeft ingestemd om zodanige berichten langs deze weg te ontvangen.

4. Onder ter inzagelegging wordt (mede) verstaan: toegankelijk maken voor de leden op de website of enig andere via een elektronisch communicatiemiddel te bereiken plaats van de NVB.

5. Onder bijeenkomst of vergadering wordt verstaan een bijeenzijn van meerdere personen die met elkaar spreken, waaronder naast lijfelijk bijeenzijn tevens wordt verstaan het deelnemen aan het gesprek via telefoon of elektronisch communicatiemiddel, mits de identiteit van de niet-lijfelijk' aanwezige(n) voldoende kan worden vastgesteld en dit door de fungerend voorzitter goedgekeurd wordt en in notulen of het verslag daarvan melding wordt gemaakt. Stemgerechtigden kunnen hun stemrecht uitoefenen dooi middel van het hiervoor bedoelde elektronische communicatiemiddel, mits de stemgerechtigde via het elektronische communicatiemiddel rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en kan deelnemen aan de beraadslaging.-

EINDE STATUTEN

Typ minimaal 2 letters. Zoek bijvoorbeeld op wedstrijdreglement, Fightcard of vechter.