Versie 3.1
Juni 2026
KICKBOKSEN EN THAIBOKSEN
Hoofdstuk 1 Toepassing
Dit wedstrijdreglement is van toepassing op elk evenement dat plaatsvindt onder auspiciën van de
Nederlandse Vechtsportbond (NVB) en heeft betrekking op kickboksen en Thaiboksen. Aan iedere
stijl zijn specifieke regels gekoppeld.
Full Muay Thai en MMA hebben een eigen reglement. Het meest actuele WMC/IFMA-MON
reglement is van toepassing op Full Muay Thai. Ook MMA kent een eigen reglement, opgesteld door
de NVB.
Om Nederlandse vechters te ondersteunen in hun internationale ontwikkeling, verleent de NVB bij
uitzondering toestemming voor wedstrijden met MMA-handschoenen (4 oz). Op wedstrijden in deze
categorie zijn het reguliere kick- en thaiboksreglement van toepassing.
Hoofdstuk 2 Licentieplicht
2.1. Verplichte licentie en keurmerk
Iedere atleet die deelneemt aan een evenement onder auspiciën van de Nederlandse
Vechtsportbond (NVB) dient in bezit te zijn van een licentie en komt uit voor een sportschool die,
middels een keurmerk van de NVB, erkend is.
Schijnconstructies waarbij de atleet indirect uitkomt voor een sportschool zonder keurmerk zijn niet
toegestaan. Een waargenomen schijnconstructie wordt gezien als een overtreding van de geldende
reglementen.
4 oz-wedstrijden
Voor wedstrijden met 4 oz-handschoenen dient de promotor per evenement vooraf een aanvraag in
bij de NVB. Indien akkoord, wordt dit schriftelijk bevestigd door de NVB. Atleten die deelnemen aan
wedstrijden met 4 oz-handschoenen gaan voorafgaande aan de wedstrijd schriftelijk akkoord met
deelname.
Voorwaarden buitenlandse atleten
Belgische atleten
Atleten die uitkomen voor een sportschool die afkomstig is uit België moeten een licentie hebben
van de NVB. Daarnaast moeten deze atleten bij de weging een geldig identiteitsbewijs ter inzage
verhandigen en het wedstrijdboekje van de BKBMO met geldige licentie.
Buitenlandse atleten
Ook de overige buitenlandse atleten moeten een licentie van de NVB hebben. Bij de weging moeten
zij een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbieden.
Hoofdstuk 3 Trainers en verzorgers
Voor het begeleiden van de atleet zijn maximaal 3 personen toegelaten aan de ring waarvan
slechts 1 persoon de ring mag betreden tijdens de rustmomenten.
De hoofdcoach moet meerderjarig zijn, de overige begeleiders moeten allemaal minimaal de leeftijd
van 16 jaar hebben.
3.1. Kleding trainers en begeleiders
Zowel de trainer als begeleiders dragen sportieve kleding.
Niet toegestane kleding of uitrusting:
Slippers of sandalen
Haltertop, top zonder mouwen, singlet of overhemd
Wedstrijdbroek
Spijkerbroek (jeans) of zwembroek
Jurk, rok, hotpants
Indien de trainer en/of de begeleiders niet in toegestane kleding verschijnt, is coachen niet
toegestaan en worden zij bij de ring weggestuurd.
3.2. Verplicht materiaal aan de ring
Het begeleidende team is verplicht om de volgende materialen bij zich te hebben tijdens de
begeleiding van een wedstrijd:
Een kleine plantensproeier of ijszak, bidon, vaseline, sporttape, handdoek, schaar,
nagelknipper en (wegwerp) handschoenen.
Overvloedig watergebruik in de hoek is niet toegestaan. Dit in verband met onveilige en
nhygiënische situaties. Bij overmatig watergebruik wordt een waarschuwing gegeven door de
hoofdofficial. Van overmatig watergebruik is in ieder geval sprake wanneer een van de officials
vaststelt dat het canvas drooggemaakt moet worden alvorens de ronde mag aanvangen. Bij
herhaling kan de coach of begeleider verwijderd worden bij de ring.
3.3. Taken van de trainer/begeleider
De trainer of begeleider heeft een grote verantwoordelijkheid. Kennis van het reglement is een van
die verantwoordelijkheden. De trainer stelt zich op de hoogte van de regels die van toepassing zijn
p het evenement en is op zijn minst op de hoogte van verboden technieken, toegestane technieken
en de puntentelling. Goede kennis van de reglementen is noodzakelijk en helpend om de atleet op
de juiste wijze voor te bereiden op de wedstrijd. Beslissingen van de jury kunnen zo beter uitgelegd
worden. Denk hierbij aan:
Annuleren van de partij in verband met een groot verschil in gewicht
Diskwalificatie na het toepassen van een verboden techniek
Minpunt vanwege onsportief gedrag
Minpunt vanwege het niet dragen van de juiste kleding of uitrusting
Bij het begeleiden van de atleten is positief coachen van essentieel belang.
3.4. Verboden handelingen voor een trainer
Bij een overtreding op onderstaande gedragingen kan ieder lid van het officialsteam de overtreder
vermanen. Een officiële waarschuwing wordt slechts door de hoofdofficial gegeven. Bij
ngeoorloofde handelingen tijdens de wedstrijd kan de scheidsrechter de wedstrijd tijdelijk stoppen
en een of meerdere begeleiders een officiële waarschuwing geven.
Wanneer de hoofdofficial of scheidsrechter er aanleiding toe ziet dan zijn zij bevoegd om de
wedstrijd voortijdig te beëindigen, personen weg te sturen of te diskwalificeren. Bij een officiële
waarschuwing wordt de betreffende persoon weggestuurd bij de ring en voor het verdere
evenement uitgesloten. Van het voorval wordt melding gemaakt bij de Nederlandse
Vechtsportbond.
Verboden handelingen:
Verbaal en/ of fysiek agressief gedrag vertonen.
Overdreven schreeuwen bij het geven van instructies
Schelden, vloeken en verwensingen gebruiken, in welke taal dan ook.
Doelbewust aansturen op een verboden handeling
Slaan of trappen op/ tegen de ring
De ring betreden wanneer de atleet hersteltijd krijgt
De ring betreden wanneer de arts de atleet controleert
De ring betreden voor het einde van een ronde (signaal door de tijdwaarnemer)
De ring niet meteen verlaten wanneer de tijdwaarnemer/speaker dit aangeeft
Tijdens de wedstrijd zich wenden tot de juryleden of scheidsrechter om te protesteren tegen
een genomen beslissing
Overdreven hoeveelheid water gooien in het gezicht van de atleet (sproeier gebruiken)
Nalaten om de atleet tijdig in bescherming te nemen
Nalaten om de atleet te helpen met zijn/haar materiaal, drinken, coaching, …
Eisen om op een ongezonde manier tot een lager gewicht te komen
Het publiek aanmanen om harder te roepen
Onder invloed van middelen als trainer of verzorger optreden
Alle overige gedragingen die een negatieve invloed hebben op de sportiviteit, veiligheid of
rde in de breedste zin
Tips voor de trainer
De trainer en zijn/haar gedrag heeft een grote invloed op de persoonlijke en sociale
ntwikkeling van zijn/haar atleten – wees hier bewust van.
Om te kunnen groeien binnen de sport is het belangrijk dat atleten dit kunnen doen in
gezonde omstandigheden en een veilige leeromgeving.
Positieve ondersteuning en passende uitdagingen stimuleert atleten om zichzelf te
verbeteren.
Verzorging/begeleiding van de atleet
Kwalitatieve voorbereiding op maat in aanloop naar de wedstrijd. De trainer/ verzorger staat
in voor de verzorging en begeleiding van de atleet zowel voor, tijdens als na de wedstrijd.
Regelmatig nawegen van de atleet.
Begeleiding tijdens het wegingsproces en de medische controle.
Gereedmaken van de atleet: opwarming, controle kleding en materiaal.
Gebruik positieve coaching.
Het gebruik van een redelijke hoeveelheid water tijdens de rust is toegestaan maar mag niet
ver de helm of hoofd gegoten/gegooid of gesproeid worden.
Geef de atleet een eerlijke en realistische reflectie na de wedstrijd.
Veiligheid van de atleet bewaken
Voor de wedstrijd
De trainer bepaalt wanneer iemand klaar is voor deelname aan wedstrijden. De trainer is
verantwoordelijk voor het al dan niet aanvaarden van de tegenstander van de atleet. Kijk
dus altijd de matchmaking en de updates goed na. De trainer van de tegenstander is niet
verantwoordelijk wanneer het niveauverschil te groot blijkt te zijn of wanneer de
matchmaker een ongelijke match gemaakt zou hebben, mits deze match aan de eisen
voldoet.
Tijdens de wedstrijd
De trainer kent de atleet beter dan wie dan ook. Wanneer volgens uw oordeel de atleet de
wedstrijd niet op een gezonde/ veilige manier kan verderzetten is het de plicht/
verantwoordelijkheid om de wedstrijd stop te zetten d.m.v. het werpen van de handdoek.
Veiligheid van de ruimte bewaken
Om de veiligheid van beide atleten te bewaken dient de trainer er steeds voor te zorgen dat
uw hoek materiaalvrij is. M.a.w. zorg dat er geen bidons, waterbakken, handdoeken etc.
rondslingeren op de ring. Gedurende de partij nemen alle begeleiders plaats op een stoel en
vanaf die locatie worden de atleten begeleid. Tijdens de rust is het uiteraard toegestaan om
de atleten te verzorgen en te voorzien van aanwijzingen.
Voorbeeldfunctie
De trainer heeft een voorbeeldfunctie ten opzichte van de atleten maar ook de verzorgers, helpers
en supporters. Geef het goede voorbeeld en durf hen ook op hun fouten of ongelijk te
wijzen. Een wedstrijd moet plaatsvinden op een respectvolle en sportieve manier.
Hoofdstuk 4 Leeftijd- en categoriebepaling
De leeftijd op de dag van de wedstrijd bepaalt of een atleet wordt ingedeeld in de categorie jeugd of
senioren. Zowel de categorie jeugd als de categorie senioren bestaat uit meerdere klassen.
4.1. Jeugd
Het is voor atleten toegestaan om deel te nemen aan wedstrijden die plaatsvinden in de ring of kooi
vanaf 7 jaar in de demonstratieklasse (D-klasse) of jeugdklasse (J-klasse). Vanaf 18 jaar stromen
atleten door naar een passende seniorenklasse.
4.1.1. Demonstratieklasse
De demonstratieklasse (D-klasse) is bedoeld voor deelnemers van 7 t/m 17 jaar. Zij kunnen op deze
wijze deelnemen aan een evenement zonder het competitieve element van een reguliere wedstrijd.
In deze klasse ligt de nadruk op het demonstreren van technieken en het opdoen van ervaring in een
veilige en gecontroleerde omgeving. Demonstratiewedstrijden vinden plaats op specifiek daarvoor
bestemde evenementen. Tijdens een regulier evenement zijn de demonstratiewedstrijden niet
toegestaan.
Daarnaast is het volgende van toepassing:
De atleten dragen dezelfde beschermende middelen als in de J-klasse.
De duur van de wedstrijd is 2x 1 minuut. Hierop is een uitzondering mogelijk
van 3x 1 minuut, met 30 seconden rust.
De regels voor kickboksen of thaiboksen in de J-klasse worden toegepast.
Een demonstratiewedstrijd wordt niet beoordeeld.
Geldt er een maximum van 3x deelname in de D-klasse per atleet.
Uitzondering maximaal aantal deelnames
In uitzonderlijke gevallen kan voor (jeugd-)atleten een uitzondering worden gemaakt op het
maximaal aantal deelnames in de D-klasse. Bijvoorbeeld bij atleten met een beperking of handicap.
In deze gevallen wordt een vermelding opgenomen in het Fightpassport,
Deelname aan reguliere wedstrijden is dan niet toegestaan.
4.1.2. Jeugdklasse
De J-klasse is verdeeld in 3 categorieën:
1. Jeugd 7 t/m 15 jaar
Deze groep neemt deel aan wedstrijden in Kickboksen of Thaiboksen.
Technieken naar het hoofd zijn niet toegestaan.
2. Jeugd 16 t/m 17 jaar
Deze groep neemt deel aan wedstrijden in Kickboksen of Thaiboksen.
Technieken naar het hoofd zijn niet toegestaan.
3. Jeugd met talentstatus 16 t/m 17 jaar
Deze groep neemt deel aan wedstrijden in Kickboksen of Thaiboksen.
Beide atleten moeten in bezit zijn van een door de NVB afgegeven talentstatus. Technieken naar het
hoofd zijn toegestaan.
Talentstatus
Atleten in de leeftijd van 16 t/m 17 jaar kunnen in aanmerking komen voor een talentstatus van de
NVB. De atleten dienen aan strikte voorwaarden te voldoen.
De voorwaarden staan op de website van de NVB.
4.1.3. Doorstroom jeugd naar senioren
Bij de doorstroom van atleten vanuit de jeugd naar de categorie senioren wordt rekening gehouden
met de ervaring van de atleet.
Jeugd zonder hoofdtechniekenervaring
Jeugdatleten die aan meer dan 15 partijen hebben deelgenomen, zonder ervaring met
hoofdtechnieken en vervolgens naar de seniorencategorie overstappen, worden in eerste instantie
ingedeeld in de N-klasse. Om hun doorstroom te bevorderen, kunnen zij versneld doorstromen naar
de C-klasse na het behalen van maximaal 3 winstpartijen in de N-klasse.
Als zij voldoende ervaring hebben opgebouwd, kan bij de NVB dispensatie worden aangevraagd om
direct in de C-klasse te worden geplaatst zonder eerst in de N-klasse deel te nemen.
Jeugd met hoofdtechniekenervaring
Voor jeugdatleten die uitgebreide ervaring hebben in de J-klasse inclusief hoofdcontact, geldt een
aangepaste promotie. Atleten met meer dan vijftien partijen in de J-klasse waarvan minimaal tien
partijen met hoofdcontact worden bij de overgang naar de senioren automatisch geplaatst in de C-
klasse. Dit zorgt ervoor dat atleten met ervaring meteen op het juiste niveau instromen zonder
nnodig vertraging op te lopen.
4.2. Senioren
In de categorie senioren zijn er 5 verschillende klassen.
4.2.1. Overige klassen en doorstroming
Senioren kunnen uitkomen in verschillende klassen.
N-klasse: na 4 gewonnen (of 6 gevochten) wedstrijden in de N worden zij C-klasse
C-klasse: na 6 gewonnen (of 8 gevochten) wedstrijden in de C worden zij B-klasse
B-klasse: na 8 gewonnen (of 10 gevochten) wedstrijden in de B worden zij A-klasse
A-klasse
Voor erg goede atleten kan bij de NVB, dispensatie worden aangevraagd om in een hogere klasse te
mogen deelnemen (dit geldt niet voor jeugdatleten tot en met 17 jaar, uitgezonderd de optie om in
de categorie met hoofdcontact uit te komen). Dispensatie kan alleen worden verleend door de NVB.
Het is de sportschoolhouder/gym verplicht om partijen die plaatsgevonden hebben in het buitenland
te melden bij de NVB. In bijzondere gevallen kan door het bestuur een atleet worden ingedeeld in
een hogere klasse dan die, welke voor hem in verband met het aantal door hem of haar gewonnen
wedstrijden, is aangewezen.
4 oz-handschoenen
Alleen professionele atleten in de gevorderde B-klasse en de A-klasse kunnen deelnemen aan
wedstrijden met 4 oz-handschoenen.
4.2.2. Recreantenklasse
De R-klasse is speciaal bedoeld voor atleten die niet eerder deelgenomen hebben aan wedstrijden.
In de R-klasse kunnen atleten in een meer beschermde omgeving ervaren hoe het is om aan een
wedstrijd deel te nemen. Voor atleten in de R-klasse gelden aanvullende regels. De atleten dragen
extra beschermende middelen. Waarbij het uitgangspunt is dat beide atleten dezelfde
beschermende middelen dragen.
Voorwaarden
Deelname is uitsluitend voor recreatieve atleten zonder enige wedstrijdervaring in de D-, J- of N-
klasse. Na maximaal 2 wedstrijden promoveert de atleet naar de N-klasse.
Hoofdstuk 5 Algemene regels
De algemene regels zijn van toepassing bij kickboksen als bij Thaiboksen.
5.1. Algemeen toegestane technieken
5.1.1. Stoottechnieken
Volgende correct uitgevoerde stoottechnieken met een gesloten vuist, waarbij men de tegenstander
met de knokkelrij raakt, zijn toegestaan:
Directe stoten
Hoekstoten
Opstoten
(Spinning-) backfist is alleen toegestaan de B- en A-klasse.
Toegestane raakvlakken bij stoottechnieken:
Hoofd: voorkant, zijkant, onderkant en bovenkant
Borst: buik en zijkant van het lichaam
Armen
Bovenbenen
5.1.2. Traptechnieken
De volgende correct uitgevoerde traptechnieken zijn toegestaan:
Lowkick
Middeltrap
Highkick
Frontkick
Axekick
Draaitrap
Calf kick (is alleen toegestaan de B- en A-klasse)
Een calfkick is alleen toegestaan in de A- en B-klasse in het kickboksen. Een calfkick is bij het
Thaiboksen in alle klassen toegestaan.
Toegestane raakvlakken bij traptechnieken:
Hoofd: voorkant, zijkant, onderkant en bovenkant
Hals
Borst: buik en zijkant van het lichaam
Armen
Bovenbenen
Onderbeen (alleen in de B- en A-klasse)
5.1.3. Knietechnieken
Correct uitgevoerde knietechnieken zijn toegestaan.
Toegestane raakvlakken bij knietechnieken
Borst: buik en zijkant van het lichaam
Armen
Bovenbenen
Knietechnieken naar het hoofd zijn alleen toegestaan in B- en A-klasse
5.2. Algemeen verboden raakvlakken
De delen van het lichaam met een oranje cirkel zijn verboden raakvlakken.
De complete oranje cirkel geldt als verboden raakvlak. Neem bijvoorbeeld het raakvlak rond het
kruis. De bovenzijde van de cirkel komt tot net onder de navel. Een techniek vlak onder de navel is
daarom een techniek in een verboden raakvlak.
5.2.1. Algemeen verboden technieken en handelingen
Volgende technieken en handelingen zijn in geen enkele stijl toegestaan.
Gebruik van niet toegestane technieken binnen de discipline
Alle technieken naar het kruis en de liesstreek
Alle technieken naar de kniegewrichten
Alle stoottechnieken met een open en/ of binnenkant van de handschoen
Rolling thunderkicks
Alle technieken waarbij een ander lichaamsdeel dan de voeten de grond raakt
Bijvoorbeeld zittend op de grond naar de tegenstander trappen
Alle technieken na het commando stop
Alle technieken na het commando break zonder eerst een stap naar achter te zetten.
De tegenstander werpen d.m.v. technieken vanuit judo & worstelen ook wel bekend als
heupworpen, offerworpen, of door de tegenstander eerst op te tillen
Trappen op de achillespees
Trappen op de voet
Door het haken van het been de tegenstander naar de grond brengen
Het breken in de onderrug door de tegenstander met twee armen naar zich toe te trekken
ter hoogte van de onderrug
Vastpakken van de ringtouwen om de tegenstander klem te zetten of vast te houden vanuit
clinchpositie
Vastpakken van de ringtouwen om een stoot- of traptechniek uit te voeren
Opzettelijk vallen om impact te vermijden
Vasthouden van het hoofd in een wurg- of houdgreep (clinchtechnieken zijn wel toegestaan
bij thaiboksen)
Te laag inkomen met het hoofd of zelf het hoofd naar omlaag brengen
Het gevecht opzettelijk ontlopen
Technieken naar een tegenstander die, met een ander lichaamsdeel dan de onderzijde van
de voeten, de grond raakt
Technieken naar de ruggengraat of het achterhoofd van de tegenstander
Manipulatie van kleine gewrichten
Stoottechnieken naar de keel met 4 oz-handschoenen
Sociaal, educatief verboden handelingen
Kopstoten, stoten met de schouder, bijten, spuwen, schelden of krabben naar de
tegenstander, official of andere personen.
Op de ogen van de tegenstander duwen met de duim of andere vingers.
Opzettelijk over of op de tegenstander vallen en/ of afzetten met de knie of elleboog op de
tegenstander om op te staan
Met opzet de tegenstander uit de ring werpen
Met opzet stoten of trappen als iemand buiten de touwen is
Met opzet raken van een verboden raakvlak van de tegenstander
Simuleren dat te laag geraakt te zijn
Simuleren dat er een overtreding werd begaan door de tegenstander
Opzettelijk uitspuwen van de gebitsbeschermer
Het niet opvolgen van de commando’s van de scheidsrechter
Beledigen van de tegenstander, official of eender welke betrokken partij
Mishandeling en/of agressief gedrag t.o.v. ongeacht welke betrokken partij
Onsportief gedrag t.o.v. ongeacht welke betrokken partij
Alle overtredingen door de trainers/ verzorgers op hun specifieke richtlijnen
Alle overtredingen door ouders/ supporters op hun richtlijnen
Medisch en ethisch verboden handelingen
Gebruik van alle verboden middelen genoemd op de Lijst verboden middelen WADA
Gebruik van verboden vloeistoffen
Gebruik van tapingstechnieken met als doel schade toebrengen aan de tegenstander
Dragen van niet toegestane kleding
Niet dragen van verplichte kleding/ beschermingsmaterialen
De atleet dwingen om zijn/haar gewicht omlaag te brengen op een ongezonde manier of
wanneer een lager gewicht ongezond zou worden
De atleet laten deelnemen aan een competitie wetende dat deze ernstig geblesseerd is of
fysiek/ mentaal hier niet klaar voor is
Drinken aanbieden aan tegenstander
5.3. Gevolgen bij verboden technieken of handelingen
Een atleet, trainer, verzorger of supporter die niet gehoorzaamt aan de instructies van de officials en
zo ingaat tegen het reglement, zich onsportief gedraagt of zware fouten maakt kan als gevolg een
vermaning, waarschuwing of diskwalificatie voor de atleet betekenen.
Vermaning
De official wijst de atleet op een aandachtspunt zonder de wedstrijd hiervoor stop te zetten.
De vermaning gebeurt snel en steeds op een veilig moment.
Wanneer een atleet een derde vermaning krijgt voor dezelfde overtreding volgt automatisch
een officiële waarschuwing.
Waarschuwing
Wanneer een vermaning niet het gewenste effect heeft, of wanneer een overtreding die
daartoe aanleiding geeft, volgt een waarschuwing. De scheidsrechter maakt aan alle
betrokkenen op duidelijke wijze kenbaar dat er een waarschuwing is gegeven.
Officiële waarschuwing
Bij een officiële waarschuwing worden beide atleten beide atleten in een neutrale hoek
geplaatst. Daarna demonstreert de scheidsrechter in het midden van de ring duidelijk aan de
verige officials waarvoor de officiële waarschuwing gegeven wordt. De atleet ontvangt een
minpunt.
Wanneer een atleet een tweede officiële waarschuwing krijgt voor dezelfde overtreding in
dezelfde wedstrijd volgt automatisch diskwalificatie. Wanneer een atleet een derde officiële
waarschuwing krijgt in dezelfde wedstrijd volgt automatisch diskwalificatie.
Diskwalificatie
Bij een zware overtreding is diskwalificatie direct mogelijk. Bij een diskwalificatie zal de
fficial beide atleten in een neutrale hoek plaatsen (indien dit nog mogelijk is).
Volgorde van berisping
De official is niet verplicht om eerst een vermaning te geven voordat hij een officiële waarschuwing
geeft. Ook is het mogelijk dat men meteen overgaat tot diskwalificatie. Om deze beslissing te maken
worden volgende zaken in overweging genomen:
Werd de overtreding opzettelijk gedaan
Werd de kans op een overwinning voor de tegenstander geschaad
Liep de tegenstander zware blessures op waardoor men de wedstrijd niet kan verderzetten.
5.4. Scoringsysteem
Aan het einde van elke ronde wordt de ronde beoordeeld door de juryleden. Elk jurylid kent een
atleet de volgende score toe:
Winnaar: 10 punten
Verliezer: 9 punten
Onbeslist: Beide atleten krijgen 10 punten. Deze score wordt slechts in uitzonderlijke
gevallen toegekend.
Minpunten
Een telling na neer gaan of een officiële waarschuwing leidt tot een minpunt. Minpunten worden
door de juryleden afgetrokken van de score aan einde van elke ronde.
Voorbeelden scores bij minpunt.
Atleet 1 Atleet 2 Score ronde
Wint de ronde maar heeft een Verliest de ronde 9-9
Minpunt ontvangen
Verliest de ronde en heeft een Wint de ronde 8-10
minpunt ontvangen
Onbeslist maar heeft minpunt Onbeslist 9-10
ntvangen
Een minpunt betekent dus niet automatisch een 10-8 ronde. De ronde wordt eerst beoordeeld en
pas daarna volgt het punt(en) aftrek.
Overrulen jurybeslissing
De hoofdjury is bevoegd om, in het geval van een niet unanieme beslissing, de uitslag van de partij
aan te passen. In dat geval motiveert de hoofdjury deze beslissing en legt deze gefundeerd vast.
5.5. Scoringscriteria
De atleet scoort een punt wanneer de tegenstander wordt geraakt met een techniek die voldoet aan
nderstaande voorwaarden:
Het is een toegestane techniek
Die doel treft op een toegestane plaats
Uitgevoerd met impact
Zonder blokkade of verwerking van de tegenstander
Niet scoren van punten
De atleet scoort geen punten (ook al wordt de tegenstander geraakt) wanneer:
De atleet de tegenstander raakt met gebrek aan vaardigheid
De atleet de techniek correct blokkeert met de armen of benen; tenzij met een dusdanig
grote impact waardoor de tegenstander het evenwicht/ controle over zijn houding verliest
De atleet de techniek uitvoert zonder impact
De atleet de tegenstander uit balans brengt zonder eerst een actie te maken
De atleet de tegenstander raakt terwijl men in overtreding is met de regels
5.5.1. Stappenplan aanwijzen van een winnaar
De scoringscriteria, in volgorde van belangrijkheid, zijn bedoeld om de prestaties van de atleten per
ronde en de totale wedstrijd te beoordelen.
Indien er d.m.v. van bovenstaande geen winnaar aangewezen kan worden, worden
achtereenvolgens de volgende criteria toegepast:
1. Zuivere technieken met impact
Effectiviteit van technieken:
Het toepassen van zuivere geoorloofde technieken met snelheid en kracht op het toegestane
raakvlak.
De atleet die meer punten scoort wint de ronde. Soms zijn beide atleten erg aan
elkaar gewaagd en wordt rekening gehouden met onderstaande doorslaggevende factoren.
2. Sportvaardig
Strategie en controle:
Hoe goed controleert de atleet de wedstrijd. De atleet die combineert in toegestane
technieken krijgt een betere beoordeling.
Dynamiek en energie:
De atleet die een actieve houding aanneemt en voortdurend initiatief toont, krijgt een
betere beoordeling.
Verdediging:
De atleet die in staat is om aanvallen te ontwijken of te blokken zonder de balans te
verliezen en/of daarbij geen blessure op loopt krijgen een betere beoordeling.
5.6. Tellen door scheidsrechter
Wanneer een atleet neer gaat of wanneer de atleet zich niet langer verdedigt zal de scheidsrechter
vergaan tot tellen. Bij de 8e tel wordt de atleet gemaand een stap voorwaarts te doen en de
handenschoenen stevig voor zich omhoog te houden om te controleren of de atleet verder kan.
Indien de scheidsrechter van mening is dat de atleet niet in staat is om verder te gaan, telt de
scheidsrechter door tot de 10e tel en is de wedstrijd ten einde.
Elke telling zorgt voor een minpunt op het scoreformulier voor die ronde.
De scheidsrechter stopt de wedstrijd na een telling wanneer:
Hij van mening is dat de atleet niet verder kan.
De atleet in de jeugdklasse tweemaal een telling kreeg in de wedstrijd.
De atleet in de jeugdklasse met talentstatus is neergegaan als gevolg van een techniek naar
het hoofd.
De atleet tweemaal een telling kreeg in dezelfde ronde (driemaal voor A klasse).
De atleet driemaal een telling kreeg in de wedstrijd (viermaal voor A klasse).
De atleet met 4 oz-handschoenen tweemaal een telling kreeg in de ronde of driemaal in de
wedstrijd.
De trainer mag tijdens de telling, de handdoek niet in de ring werpen. Wel direct daarna, als teken
van opgave.
Indien noodzakelijk stopt de scheidsrechter met tellen en roept direct medische ondersteuning van
de ringarts.
Wanneer een telling is ingezet zal de tijd niet stopgezet worden wanneer de ronde ten einde is. De
tijd blijft doorlopen gedurende de telling en pas worden stopgezet wanneer de scheidsrechter de
wedstrijd stopzet of het commando fight geeft. Ook wanneer dit de laatste ronde is.
Neer zijn atleet
Een atleet wordt geacht neer te zijn in de volgende situaties volgens de beoordeling van de
scheidsrechter:
Indien als gevolg van met kracht uitgevoerde toegestane techniek(en) op een toegestaan
raakvlak, enig deel van het lichaam van de atleet (anders dan de voeten) de vloer raakt of de
vloer zou hebben geraakt indien niet tegengehouden door de touwen of door het vasthouden
aan de tegenstander;
Indien als gevolg van met kracht uitgevoerde toegestane techniek(en) op een toegestaan
raakvlak, een atleet zichtbaar verzwakt is, mogelijk gevaar loopt op letsel en/of zich niet langer
effectief verdedigd, maar nog wel staat.
Wanneer de atleet niet ten gevolge van een toegestane techniek neergaat, bijvoorbeeld door
struikelen, wordt hij niet geacht neer te zijn en dient de wedstrijd direct vervolgd te worden.
5.7. Uitslagen
Een wedstrijd kent verschillende uitslagen:
Uitslag Toelichting
Punten Atleet scoort meer punten dan tegenstander
Knock-out Atleet bevindt zich, ten gevolge van een toegestane techniek, met enig
ander lichaamsdeel dan de voeten op de vloer van de ring en wordt niet
in staat geacht binnen 10 tellen van de scheidsrechter wedstrijd te
vervolgen.
Technisch knock-out ▪ De atleet is bij de 8e tel na oordeel van de scheidsrechter niet in
staat om wedstrijd voort te zetten.
Bereiken maximaal aantal knock downs per ronde of
ver de totale wedstrijd.
De atleet, na een geoorloofde techniek van de tegenstander, een
blessure heeft opgelopen waardoor deze de wedstrijd moet staken.
Opgave Opgeven door de atleet of diens trainer (verbaal of door werpen
handdoek)
Referee stops contest Scheidsrechter oordeelt dat atleet zich niet meer voldoende verdedigt of
(RSC) kan verdedigen.
Diskwalificatie ▪ Atleet voert bewust (meermalen) een verboden techniek uit.
Misdragen door trainer en/verzorgers
Medische interventie Scheidsrechter beëindigd op medische gronden de wedstrijd na advies
van ringarts
Walk over Tegenstander is bij aanvang van de wedstrijd niet aanwezig in de ring
No contest Vroegtijdig beëindigen wedstrijd door:
Niet opzettelijk veroorzaakte blessure voor het einde van de 2e
(wedstrijd 3 ronden) of voor het einde van de 3e ronde (wedstrijd 5
ronden).
Onregelmatigheden in de zaal of defecten aan bijvoorbeeld de ring
f verlichting waardoor de wedstrijd beïnvloed wordt.
Beide atleten niet actief vechten, na aanmaning van de
scheidsrechter.
Als een van bovenstaande situaties zich voordoet in ronde 3 (wedstrijd 3
ronden) of ronde 4 of 5 (wedstrijd 5 rondes) dan wordt de uitslag
gebaseerd op scores in de voorgaande voltooide ronden.
Onbeslist Beide atleten scoren een gelijk aantal punten
5.8. Ringarts en cutmen
Bij alle wedstrijden is een ringarts aanwezig. De ringarts is tijdens de wedstrijden present aan de
ring.
4 oz-handschoenen
Bij wedstrijden met 4 oz-handschoenen zijn er 2 gediplomeerde cutmen aanwezig. Daarnaast zijn er
zijn er 2 ringartsen aanwezig indien er in het programma geen pauzemogelijkheid is (bijv. tv-
productie).
Startverbod bij knock-out
Bij een beëindiging van de wedstrijd door een knock-out op het hoofd (KO-H), krijgt de atleet een
startverbod. De ringarts bepaalt de duur van het startverbod en of een medische keuring
noodzakelijk is.
Als een deelnemer de wedstrijd voortijdig moet beëindigen wegens een knock-out op het lichaam of
knock-out op het been, zal de ringarts de ernst van de knock-out bepalen en indien nodig een
startverbod opleggen.
Het startverbod wordt opgenomen in het fightpassport.
5.9. Wedstrijdkleding en -materialen
Atleten moeten te allen tijde schoon en verzorgd verschijnen, in bij de stijl passende
wedstrijdkleding. Kleding bevat geen provocerende teksten of afbeeldingen. Het is verboden om
kleding te dragen die te relateren is aan politieke uitingen of anderszins een conflicterend effect
kunnen hebben. Het is verboden, door middel van welk materiaal dan ook, uitingen te doen die in
strijd zijn met de algemeen maatschappelijke waarden en normen.
Wedstrijdbroek
Het is verplicht om een kickboks-, Muay Thaibroek of short te dragen die voorzien is van een hoge
band. De broek mag niet over de knie komen en mag geen ritsen, zakken, loshangende touwtjes,
lussen of andere elementen bevatten waaraan een van de atleten zich kan blesseren. Het afplakken
van zakken of loshangende elementen is niet toegestaan.
Zwembroeken of andere vrijetijdskleding, die niet passend zijn bij de sport, zijn niet toegestaan.
Boven kleding heren
Heren dragen geen bovenkleding.
Een uitzondering hierop kan worden gemaakt voor atleten in de jeugdcategorie t/m 11 jaar. Het shirt
moet dan aansluitend zijn en in de broek worden gedragen.
Bovenkleding dames
Dames dragen een singlet (mouwloos shirt), top of aansluitend T-shirt. Ruimvallende T-shirts met
losse halflange mouwen zijn niet toegestaan. Algemeen genomen moet het risico op blijven haken in
de kleding zo gering mogelijk zijn. Het shirt dient in de broek gedragen te worden. Het is mogelijk om
deze kleding te combineren met bedekkende kleding.
Bedekkende kleding:
Het dragen van bedekkende kleding is toegestaan voor elke atleet in het kader van religie of
medische redenen onder volgende voorwaarden.
De kleding is:
Wit van kleur
Heeft geen zakken, ritsen of knopen
De bedekkende broek is aansluitend en reikt tot aan de knie (heren) en
tot aan de enkels (dames)
Het bedekkende bovenstuk is aansluitend en reikt tot aan de nek en polsen
De sporthjiab bestaat uit 1 stuk en sluit aan rond gelaat en hals
De bedekkende kleding worden gedragen onder de verplichte wedstrijdbroek en indien gewenst een
toegestaan bovenstuk.
Het is toegestaan om onder een wedstrijdbroek een aansluitende korte broek te dragen om inkijk te
voorkomen mits deze niet over de knie komt en wit van kleur is.
Handschoenen
Wedstijdhandschoenen in de J t/m A-klasse worden verstrekt.
Jeugd in demonstratieklasse maakt gebruik van eigen handschoenen.
Klasse Handschoenen
D Atleet gebruikt eigen handschoenen
J 7 t/m 17 jaar 10oz met klittenbandsluiting
J 16/17 jaar talentstatus 12oz met klittenbandsluiting
R 14oz met klittenbandsluiting
N 10oz met klittenbandsluiting
C 10oz met klittenbandsluiting
B 10oz met klittenband of vetersluiting
A 10oz met klittenband of vetersluiting
4 oz-wedstrijden 4oz MMA-handschoenen
Tapen van de handschoenen is alleen toegestaan op aanwijzing van de officials. De knoop bij
veterhandschoenen moet aan de bovenkant bevestigd worden.
Indien de handschoenen worden getapet dan gebeurt dit met stoffen tape.
Wanneer een promotor de handschoenen wenst te leveren dan dienen deze tijdig gekeurd te
kunnen worden door de hoofdofficial.
Bandages en tapen
Het is toegestaan om eigen bandages (1 paar) te gebruiken tijdens de wedstrijd. Het is niet
toegestaan om meerdere bandages of ‘binnen handschoenen’ te gebruiken.
Tapen
Het is toegestaan om de handen te tapen. Andere lichaamsdelen mogen niet worden getapet zonder
toestemming van de ringarts. De handen worden getapet over de eigen bandages of d.m.v. het
gebruik van gaasjes waarover de tape aangebracht wordt. De knokkels moeten hierbij zacht blijven.
Het aanbrengen van verhardingen is verboden. Bij een overtreding die na de wedstrijd vastgesteld
wordt, kan de atleet worden gediskwalificeerd.
Gebitsbeschermer
Verplicht in alle wedstrijden. De atleet voorziet hierin zelf. Aangeraden wordt een gebitsbeschermer
van een degelijke dikte en kwaliteit te gebruiken met een goede pasvorm in de mond.
Kruisbeschermer (tok)
Vanwege hygiënische redenen voorziet de atleet (heren en dames) zelf in een eigen kwalitatief
goede kruisbeschermer. Het dragen van een metalen kruisbeschermer wordt geadviseerd vanaf
de N-klasse.
Borstbescherming voor dames
De beschermer moet bestaan uit een verharde bescherming b.v. cups. Het dragen van een
borstbeschermer voor dames is verplicht vanaf het moment dat er zichtbare ontwikkeling is van de
borsten. Vanwege hygiënische redenen voorziet de atleet zelf in eigen borstbescherming.
Hoofdbeschermer
Alleen verplicht voor wedstrijden in de D-klasse, J-Klasse en optioneel in de R-Klasse. De atleet
draagt zorg voor een eigen hoofdbeschermer. De hoofdbeschermer moet voldoen aan de
nderstaande eisen:
Schokabsorberend materiaal
Buitenkant van synthetisch leer of echt leer
Goed aansluiten op het hoofd
Verstelbare sluiting
Goede ventilatie
Bedekt het voorhoofd, de slapen en de zijkanten van het hoofd
Moet breed zicht geven zonder het perifere zicht te beperken
Mag geen belemmering vormen voor hoofdbewegingen tijdens de wedstrijd
Tijdens hoofdcontactwedstrijden in J-klasse 16 t/m 17 jaar met talentstatus is het dragen van een
hoofdbeschermer met jukbeenbescherming verplicht. Dit om de impact op het hoofd en gezicht te
minimaliseren.
Scheenbeschermers
Alleen verplicht voor wedstrijden in de D-klasse, J-klasse en R-klasse. Scheenbeschermers moeten
deugdelijk zijn en geen blessures of verwondingen kunnen veroorzaken bij de tegenstander.
De scheenbeschermers moeten de volledige scheen bedekken en voldoende vulling bevatten. De
scheenbeschermer moet voorzien zijn van een voetje dat de wreef bedekt. De scheenbeschermer
mag geen verharding hebben.
Het is toegestaan om de scheenbeschermers te fixeren met stoffen tape (voet, enkel en/of
bovenkant) om ervoor te zorgen dat deze niet verschuift.
Enkelkousen
Het is toegestaan om enkelkousen te dragen.
Vlaggen
Alleen bij een titelgevecht is het toegestaan om een VN-erkende nationale vlag te dragen of mee te
dragen bij opkomst en/ of in de ring.
Piercings en oorknoppen
Piercings en oorknoppen die gevaarlijk zijn voor de atleet, de tegenstander en overige betrokkenen,
zijn niet toegestaan.
Haardracht
Voor atleten met lang haar is het verplicht om dit goed vast te maken d.m.v. 1 of meerdere vlechten,
f een stevige paardenstaart. Zodat de atleet of de tegenstander hier niet door wordt belemmerd.
Het gebruik van speldjes, klemmetjes, diadeem, haardband of andere harde voorwerpen is niet
toegestaan.
Pleisters
Het is niet toegestaan om pleisters op het gezicht te dragen tijdens de wedstrijd (bijvoorbeeld: strips
p de neus ter verbetering van de ademhaling).
5.9.1. Vechtgereed
De atleet betreedt na het oproepen van de wedstrijd direct vechtgereed de ring. Dit betekent dat de
atleet, na controle door de scheidsrechter, direct in staat is om de wedstrijd aan te vangen. Indien
dit niet het geval is, start de atleet de wedstrijd met een minpunt. Niet vechtgereed is bijvoorbeeld:
te laat aankomen, bitje of tok vergeten, te lange nagels, enz.
5.9.2. Handen schudden
Uit veiligheidsoverwegingen is het schudden van handen (boks) beperkt tot de volgende momenten:
Voor aanvang van de eerste ronde
Voor aanvang van de laatste ronde
Handen schudden is een teken van sportiviteit, respect en vriendschappelijke rivaliteit. Dit gebaar
mag in geen geval misbruikt worden als tool om extra rustmomenten in te lassen of de tegenstander
te misleiden.
5.9.3. Verboden vloeistoffen
Het gebruik van vet, olie en alle (verdovende of irriterende) producten die schadelijk of hinderlijk
kunnen zijn voor de atleet of de tegenstander zijn verboden zowel op het lichaam als op het
beschermingsmateriaal.
Vaseline is enkel toegestaan in een redelijke hoeveelheid op het gelaat. Wanneer de atleet te veel
vaseline op het gezicht heeft zal de official dit meteen verwijderen met de handdoek van de atleet.
Hoofdstuk 6 Kickboksen
Bij wedstrijden in de stijl Kickboksen zijn zowel alle algemene regels als de hieronder specifieke
regels voor het Kickboksen van toepassing.
6.1.1. Technieken Kickboksen
Specifiek toegestaan bij Kickboksen:
Met 1 of 2 handen kortstondig het hoofd of de nek vastpakken van de tegenstander,
nmiddellijk 1 actie en loslaten.
Vastpakken van het been van de tegenstander is toegestaan wanneer het been meteen
weer losgelaten wordt of maximaal 1 stap + 1 actie en weer loslaten.
Specifiek niet toegestaan bij Kickboksen:
Passieve clinch positie aannemen
Ellebogen naar het lichaam, benen of hoofd
Vegen van de tegenstander
Vasthouden van een been en meer dan één stap en/ of meer dan één actie uitvoeren
Technieken naar het onderbeen (waaronder de calfkick, uitgezonderd A- en B-klasse)
6.1.2. Wedstrijdduur
Klasse Ronden Rust
D 2x 1 minuut 30 seconden
J 7 t/m 15 jaar 3x 1 minuut 30 seconden
J 16/17 jaar 3x 1,5 minuut 45 seconden
J 16/17 jaar talentstatus 3x 1,5 minuut 45 seconden
R 3x 1 minuut 60 seconden
N 3x 1,5 minuut 45 seconden
C 3x 2 minuten 60 seconden
B 3x 3 minuten 60 seconden
A 3x 3 minuten 60 seconden
4 oz-wedstrijden 3x 3 minuten 60 seconden
4 oz-wedstrijden
Bij wedstrijden met 4 oz-handschoenen is een extra ronde niet toegestaan.
Titelgevechten
Titelgevechten kunnen alleen plaatsvinden in de A-klasse en dienen te voldoen aan de eerder
mschreven criteria.
Titelgevechten in de A-klasse duren 5x 3 minuten met 60 seconden rust tussen de ronden.
Hoofdstuk 7 Thaiboksen
Bij wedstrijden in de stijl Thaiboksen zijn zowel alle algemene regels in het NVB-regelement als de
hieronder specifieke regels voor het Thaiboksen van toepassing.
7.1.1. Technieken Thaiboksen
Specifiek toegestaan bij Thaiboksen:
Actieve clinch
Vegen van de tegenstander is toegestaan direct na het uitvoeren van 1
actie. Bijvoorbeeld: vanuit de clinch eerst een knie plaatsen en direct
daarna vegen of het uitvoeren van een lowkick en direct daarna vegen.
Vegen mag alleen met voorzijde van het been/ voet (voorzijde).
Vastpakken van het been van de tegenstander is toegestaan. Na
maximaal 2 stappen moet minimaal 1 actie volgen, waarna het been
losgelalten wordt.
Traptechnieken naar het onderbeen (waaronder de calfkick)
Elleboogtechnieken naar het lichaam
Specifiek niet toegestaan bij Thaiboksen:
Elleboogtechnieken naar het hoofd
Passieve clinch positie aannemen
Clinchpositie met twee armen vanuit de onderrug.
Vegen van de tegenstander zonder voorafgaande actie
Vastnemen van een been en meer dan twee stappen zetten alvorens een actie toe te passen
7.1.2. Wedstrijdduur
Klasse Ronden Rust
D 2x 1 minuut 30 seconden
J 7 t/m 15 jaar 3x 1 minuut 30 seconden
J 16/17 jaar 3x 1,5 minuut 45 seconden
J 16/17 jaar talentstatus 3x 1,5 minuut 45 seconden
N 3x 1,5 minuut 45 seconden
C 3x 2 minuten 60 seconden
B 3x 3 minuten of 60 seconden
5x 2 minuten
A 3x 3 minuten of 60 seconden
5x 2 minuten
4 oz-wedstrijden 3 x 3 minuten 60 seconden
4 oz-wedstrijden
Bij wedstrijden met 4 oz-handschoenen is een extra ronde niet toegestaan.
Titelgevechten
Titelgevechten kunnen alleen plaatsvinden in de A-klasse en dienen te voldoen aan de eerder
mschreven criteria.
Titelgevechten in de A-klasse duren 5x 3 minuten met 60 seconden rust tussen de ronden.
Tussen iedere ronde is er 60 seconden rust
Hoofdstuk 8 Weging, medische controle
en rulesmeeting
Voor aanvang van ieder evenement vindt een officiële weging en medische controle plaats. Deze
controles zijn verplicht voor iedere atleet die deelneemt.
8.1.1. Medische controle
De medische controle vindt om veiligheidsredenen plaats op de dag van het evenement. De
begeleider mag niet aanwezig zijn bij de medische controle (alleen toegestaan bij minderjarigen).
8.1.2. Weging
Documenten en licentie
De atleet moet bij de weging een identiteitsbewijs ter inzage kunnen overhandigen. Een
uitzondering hierop is de atleet die de leeftijd van 14 jaar nog niet heeft bereikt.
Op het moment van de weging moet de atleet in het bezit zijn van een geldige licentie die is
afgegeven door de NVB.
Deze verplichtingen gelden ook voor de buitenlandse atleten.
Atleten afkomstig uit België moeten daarnaast ook het wedstrijdboekje tonen.
Het niet voldoen aan deze verplichtingen houdt in dat de atleet van deelname wordt uitgesloten.
Procedure
Bij de weging is een beslissingsbevoegd meerderjarig persoon aanwezig die namens de atleet of
sportschool aanspreekbaar is en/of beslissingen mag nemen ten aanzien bijvoorbeeld het doorgaan
van een wedstrijd en voorwaarden en het accepteren van een minpunt.
De atleet weegt in wedstrijdkleding. Voor het goedkeuren van het wedstrijdgewicht hanteert de
fficial de vooropgestelde richtlijnen rond maximale gewichtsverschillen en de maximale gewichten
bij titelwedstrijden.
Bij afwijkingen op afspraken, die binnen de vooropgestelde richtlijnen vallen, gemaakt tussen
trainers en/ of promotors onderling is het aan hen om hierin een akkoord te bereiken.
De official controleert tijdens de weging of de teennagels geknipt zijn.
De weging vindt plaats op de dag van het evenement.
Voorweging
Een voorweging is mogelijk voor atleten in de A-klasse en B-Klasse. Zij mogen op een voorweging
(maximaal 24 uur voor aanvang van het evenement) gewogen worden. Deze atleten wegen op
hetzelfde weegmoment. Als de laatste atleet gewogen is dan eindigt de voorweging.
Bij toernooien is een voorweging optioneel. Dit geldt voor alle klassen.
Gewichtsbepaling
De matchmaker stelt een partij vast op een maximaal gewicht, ook wel een minus gewicht genoemd.
Het gewichtsverschil tussen de atleten bedraagt maximaal 3,0 kg.
In deze marge is rekening gehouden met afwijkingen tussen de verschillende weegschalen.
De atleet die het afgesproken gewicht niet haalt krijgt een sanctie. Dit kan zowel bij te zwaar als te
licht. Dit kan ook op beide atleten van toepassing zijn.
Bijvoorbeeld: de matchmaker komt een maximaal gewicht van -72,0 kg overeen.
In dit geval weegt de zwaarste atleet maximaal 72,0 kg en de lichtste atleet minimaal 69,0 kg.
Voor jeugd gelden afwijkende regels. Deze zijn opgenomen in het hoofdstuk Jeugd.
Verschil is 3,0 kilo of minder
Wanneer 1 of beide atleten het gewicht niet halen, maar de marge tussen beide atleten is 3,0 kg of
minder dan gaat de partij toch door. Echter de atleet die het gewicht niet heeft gehaald krijgt een
sanctie. De sanctie is een minpunt.
Als er een minpunt wordt opgelegd vanwege het niet halen van het afgesproken gewicht dan maakt
de scheidsrechter dit, voor aanvang van de partij, op een duidelijke wijze kenbaar aan de atleten,
trainers, begeleiders, officials en publiek.
Verschil is groter dan 3,0 kilo
Wanneer 1 of beide atleten het gewicht niet halen en de marge tussen beide atleten is groter dan
3,0 kg dan gaat de partij niet door. De atleet die het gewicht niet heeft gehaald krijgt een sanctie.
De sanctie is een startverbod.
De startverboden zijn:
Tot 1,0 kg startverbod van 1 maand.
Van 1,1 kg tot 4,0 kg startverbod van 3 maanden
Vanaf 4,1 kg en hoger startverbod van 6 maanden
Startverboden die voortvloeien uit het niet behalen van het afgesproken gewicht worden door de
hoofdofficial verwerkt in het Fight Passport
Wanneer een atleet weigert deel te nemen aan de wedstrijd, vanwege het eerdergenoemde
minpunt en/of vanwege het niet halen van het afgesproken gewicht, dan volgt een schorsing voor de
duur die past bij het overschrijden van het afgesproken gewicht.
Voorbeelden
Afgesproken Atleet 1 Atleet 2 Verschil Gevolg
minusgewicht
-72,0 kg 71,0 kg 69,5 kg 1,5 kg Verschil is kleiner dan 3,0 kg. Wedstrijd
gaat door.
-72,0 kg 73,0 kg 73,0 kg 0 kg Verschil is kleiner dan 3,0 kg. Wedstrijd
gaat door. Echter zowel atleet 1 als atleet
2 zijn te zwaar. Beide starten met een
minpunt.
-72,0 kg 70,5 kg 73,5 kg 3,0 kg Verschil is 3,0 kilo. Wedstrijd gaat door.
Echter atleet 2 is te zwaar en start met
een minpunt.
-72,0 kg 70,5 kg 67,5 kg 3,0 kg Verschil is 3,0 kilo. Wedstrijd gaat door.
Echter atleet 2 is te licht en start met een
minpunt.
-72,0 kg 72,0 kg 67,5 kg 4,5 kg Verschil is groter dan 3,0 kg. Partij gaat
niet door. Atleet 2 is te licht en krijgt een
sanctie.
Atleten boven de 95 kilogram nemen deel in de super heavyweight klasse waarbij geen
gewichtsbeperking geldt. Het staat de matchmaker/ promotor vrij om een maximaal gewicht af te
spreken.
Bij afwijkingen op afspraken, die binnen de vooropgestelde richtlijnen vallen, gemaakt tussen
trainers en/ of promotors onderling is het aan hen om hierin een akkoord te bereiken.
8.1.3. Rulesmeeting
Het officialsteam organiseert een rulesmeeting voor aanvang van het event. Het wordt aangeraden
m aanwezig te zijn met minimaal 1 coach/ begeleider die meerderjarig is.
De rulesmeeting vindt 30 minuten voor aanvang van het evenement plaats.
Voorbeeld
Aanvang evenement 13:00 uur. In dit geval vinden de weging en de medische controle plaats tussen
11:00 en 12:00 uur. De rulesmeeting wordt gehouden om 12:30 uur.
Let op bij dubbele evenementen (ochtend-/ middag programma of middag-/ avond programma).
Hier kan de weging voor het avondprogramma plaatsvinden in de ochtend.
8.1.4. Gewichtsklassen titelgevechten
Promotoren en convenantpartners mogen geen titels toekennen die de indruk wekken dat zij
nationaal erkend zijn of de status van een officiële Nederlandse titel bezitten. Termen als
Nederlandse Kampioen, Nationaal Kampioen, of soortgelijke benamingen die een nationaal karakter
suggereren, zijn exclusief voorbehouden aan de NVB.
Wanneer een atleet voor een Nederlandse titel (NVB) vecht, moet steeds het maximaal toegestane
gewicht gerespecteerd worden. Wanneer één van beide atleten te zwaar weegt dan mag het
titelgevecht doorgaan wanneer er geen overschrijding is van het maximale gewichtsverschil.
De atleet die te veel woog, krijgt de titel niet bij winst.
Junior flyweight 46,69 – 48,99 kg
Flyweight 49,00 – 50,80 kg
Junior Bantamweight 50,81 – 52,16 kg
Bantamweigt 52,17 – 53,52 kg
Junior featherweight 53,53 – 55,34 kg
Featherweight 55,35 – 57,15 kg
Junior lightweight 57,16 – 58,97 kg
Lightweight 58,98 – 61,23 kg
Super lightweight 61,24 – 63,50 kg
Welterweight 63,51 – 66,68 kg
Junior middleweight 66,69 – 69,85 kg
Middleweight 69,86 – 72,57 kg
Super middleweight 72,58 – 76,20 kg
Light heavyweight 76,21 – 79,38 kg
Super light heavyweight 79,39 – 82,55 kg
Cruiserweight 82,56 – 86,18 kg
Heavyweight 86,19 – 95,00 kg
Super heavyweight +95 kg
Eigen titels
Promotoren hebben de vrijheid om eigen titels uit te geven, maar deze titels mogen alleen
betrekking hebben op hun eigen organisatie of competitie.
Bijvoorbeeld: een promotor kan een titel uitgeven zoals: Kampioen van [Organisatie X] of
Titelhouder [Organisatie X].
8.2. Toernooien
Bij de organisatie van toernooien moeten volgende regels nageleefd worden.
Toernooien met 4 oz-handschoenen zijn niet toegestaan.
J-Klasse
Toernooien in de Jeugdklasse zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Niet meer dan 8 deelnemers per poule
Niet meer dan 3 wedstrijden per dag
Hoofdcontact NIET toegestaan
Duur van de wedstrijden:
Jeugd 7 t/m 15 jaar 3 x 1 minuut
Jeugd 16 en 17 jaar 3 x 1 minuut en finale 3x 1,5 minuut
N-klasse
In de Nieuwelingenklasse zijn toernooien niet toegestaan.
C-klasse
In de C-klasse is een 4-mans toernooi toegestaan. Hierbij vecht de atleet maximaal 2 wedstrijden per
dag. Een groter toernooi is alleen toegestaan wanneer de toernooiwedstrijden verspreid worden
ver meerdere weken/ maanden met minimaal 1 maand tussen de wedstrijden. Het maximum van 2
wedstrijden per dag blijft onverkort van kracht.
Een extra ronde is mogelijk in de voorrondes.
B-klasse
In de B-klasse zijn toernooien toegestaan.
Duur van de wedstrijden:
Voorrondes 3x 3 minuten
Finale 3x 3 minuten.
Een extra ronde is mogelijk in de voorrondes.
A-klasse
In de A-klasse zijn toernooien toegestaan.
Duur van de wedstrijden:
Voorrondes 3x 3 minuten
Finale 3x 3 minuten.
Een extra ronde is mogelijk in de voorrondes.
Aanvullende regels:
Een atleet krijgt in een toernooi tenminste 2 wedstrijden hersteltijd, voordat de volgende
wedstrijd (waarin de atleet vecht) in het toernooi aanvangt.
In het toernooi verliest de A- of B-klasse atleet de partij wanneer er sprake is van 2 maal 8
tellen in 1 ronde of bij 3 maal 8 tellen in de wedstrijd.
Bij de A-klasse geldt voor de finale het aantal van 3 maal 8 tellen in 1 ronde of 4 maal 8 tellen in
de wedstrijd.
Een knock out betekent automatisch uitsluiting van verdere deelname aan het toernooi.
Hoofdstuk 9 Jeugd
In dit hoofdstuk wordt extra aandacht besteed aan de jeugdatleten. Deze atleten, hun ouders en
trainers moeten er op kunnen vertrouwen dat de gezondheid, welzijn en plezier op de juiste wijze
worden beschermd.
Matchmaking
Om zogenaamde mismatches te voorkomen zijn er 3 andere criteria van toepassing op wedstrijden
die in de J-klasse plaatsvinden.
1. Leeftijdsverschil
Atleten mogen niet meer dan 18 maanden in leeftijd verschillen. In uitzonderlijke gevallen kan er
dispensatie verleend worden tot een verschil van maximaal 24 maanden.
2. Gewichtsverschil
Atleten mogen niet meer dan 2 kilogram in gewicht verschillen. In uitzonderlijke gevallen kan er
dispensatie verleend worden tot een maximum verschil van 3 kilogram
3. Ervaring
Atleten met minder dan 15 partijen ervaring mogen niet meer dan vier partijen verschillen. In
uitzonderlijke gevallen kan er dispensatie worden verleend.
Dispenstatie
Bij bovengenoemde punten staat omschreven dat er in uitzonderlijke gevallen dispensatie verleend
kan worden door de NVB. Hierbij geldt dat de trainer van de atleet, die op basis van de beschikbare
informatie in het nadeel lijkt te zijn, de dispensatie op de voorgeschreven wijze aanvraagt bij de
NVB. Zonder nadrukkelijke toestemming van de NVB kan in de partij geen doorgang vinden.
9.1. Bijzonderheden wedstrijden jeugd
Bevoegdheid scheidsrechter
De scheidsrechter of hoofdofficial is bevoegd om een wedstrijd te doen stoppen in de gevallen
waarin een jeugdatleet huilt, pijn heeft of moet overgeven. Daarnaast kan de scheidsrechter deze
keuze maken als hij/zij daartoe vanwege andere zwaarwegende redenen de noodzaak ziet.
Verschil in leeftijd
Wanneer 2 atleten, die uitkomen in de D-of J-klasse van leeftijd verschillen, dan gelden de regels die
van toepassing zijn op de jongste atleet.
Maximaal aantal wedstrijden
Het is atleten in deze klasse niet toegestaan om deel te nemen aan meer dan 3 wedstrijden per dag.
Tijdstippen
Het is atleten, in de leeftijd van 7 t/m 15 jaar niet toegestaan om deel te nemen aan wedstrijden die
later eindigen dan het tijdstip van 19:00 uur. Voor de atleten in de leeftijd van 16 t/m 17 jaar geldt
het tijdstip van 21:00 uur.
Hoofdstuk 10 Protesten
Uitsluitend bij wedstrijden die plaatsgevonden hebben in de A-klasse is het mogelijk om protest te
maken tegen de uitslag. Dit protest moet binnen 24 uur na beëindiging van het evenement
plaatsvinden.
Bij een unanieme jurybeslissing is protest niet mogelijk.
Protesten kunnen uitsluitend per mail worden ingediend bij de NVB en dienen duidelijk onderbouwd
te zijn. Het is de plicht van de indiener om binnen de termijn van 14 dagen beelden ter beschikking
te stellen die een goede en complete weergave geven van de totale wedstrijd zonder dat deze
eenzijdig belicht is of van inferieure kwaliteit zijn. De uitkomst van het protest is bindend.
De kosten van het protest bedragen 250 euro. Dit bedrag dient vooraf betaald te worden. Wanneer
het protest als terecht is beoordeeld dan vindt restitutie plaats.
Het protest dient gemaild te worden naar info@nederlandsevechtsportbond.nl.
Hoofdstuk 11 Contracten
Contracten tussen de organisator en 1 of meerdere atleten mogen nooit in strijd zijn met de
reglementen van de NVB.
Hoofdstuk 12 Supporters
Supporters kunnen een negatieve invloed hebben op de sfeer in de zaal of op het resultaat van de
atleet. De trainer en atleet zijn de aangewezen personen om hen te wijzen op hun
verantwoordelijkheden en het belang van sportief gedrag.
Verboden handelingen voor supporters:
Verbaal en/of fysiek agressief gedrag richting wie dan ook (official, arts, organisator,
trainers, atleten, supporters, …)
Discriminerende of racistische opmerkingen.
Schelden, vloeken en verwensingen gebruiken, in welke taal dan ook.
Doelbewust slecht advies geven (aansturen op een verboden handeling)
Zich wenden tot de juryleden of scheidsrechter om te protesteren tegen een genomen
beslissing.
De ring betreden op welk moment dan ook
Werpen met een voorwerp of vloeistof richting de ring
Alle overige handelingen die een negatief effect op het evenement/sport kunnen hebben
Hoofdstuk 13 Doping
Het gebruik van stimulerende middelen is ten strengste verboden binnen alle NVB-georganiseerde
wedstrijden en demonstraties. De NVB hanteert een zero-tolerantiebeleid voor het gebruik van
verboden middelen die de prestaties kunnen beïnvloeden of de gezondheid van de atleten en
eerlijkheid van de competitie in gevaar kunnen brengen. Dit beleid is in lijn met de richtlijnen van de
Dopingautoriteit, die namens de NVB, controles uitvoert en toeziet op de naleving van de
dopingregels. Voor exacte en actuele regelgeving kunnen relevante instanties, zoals de
Dopingautoriteit, geraadpleegd worden.
13.1. Verbod op stimulerende middelen
Algemeen verbod
Het gebruik van alle vormen van stimulerende middelen, zoals doping, verboden medicijnen en
prestatie bevorderende middelen, is verboden voor atleten die deelnemen aan wedstrijden of
demonstraties onder de NVB.
Toepassing van het verbod
Dit verbod geldt zowel voor het gebruik van stimulerende middelen vóór de wedstrijd als tijdens de
wedstrijd. Elk gebruik van verboden middelen, ongeacht de tijdsspanne, wordt beschouwd als een
vertreding van de NVB-regels en kan leiden tot sancties.
Definitie van stimulerende middelen
Onder stimulerende middelen vallen alle stoffen die door de Dopingautoriteit en WADA (World Anti-
Doping Agency) als verboden zijn verklaard. Dit omvat, maar is niet beperkt tot, anabole steroïden,
amfetaminen, stimulerende middelen en hormoonpreparaten.
Verlies van keurmerk voor sportscholen
Indien een sportschool betrokken is bij dopinggebruik door een atleet, kan het keurmerk van de
betreffende sportschool worden ingetrokken. Dit zorgt ervoor dat sportscholen verantwoordelijk
worden gehouden voor de naleving van het dopingbeleid binnen hun organisatie.
Bijlage 1 Afkortingen
Afkoring Toelichting
BKBMO Belgian Kickboxing, Muay Thai & MMA Organisation
IFMA International Federation of Muaythai Associations
KO Knock out
MMA Mixed Martial Arts
MON Muaythai Organisatie Nederland
NVB Nederlandse Vechtsportbond
TKO Technisch Knock out
WADA World Anti Doping Agency
WMC World Muaythai Council
Bijlage 2 Wijzigingen
Versie reglement Wijzigingen
Versie 3.0 april 2026 ▪ Gewijzigd
Volgorde hoofdstukken en structuur reglement
Vastpakken bij Kickboksen. Nu toegestaan vastpakken
met 1 of 2 handen.
Definitie recreantenklasse
Toegevoegd
Omschrijving vechtgereed
Verbod gebruik pleisters op gezicht
Uitslag: onbeslist
Definitie neer zijn atleet
Versie 3.1 juni 2026 ▪ Mogelijkheid wedstrijden 4 oz-handschoenen toegevoegd.
Bron: NVB Pilot Kickboksen/thaiboksen met MMA-
handschoenen (4oz) versie 1.0 mei 2026
Verwerkt in alle relevante hoofdstukken.
